De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft een verdiepend overleg gevoerd met het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV).
Tijdens het overleg stonden de ontwikkelingen en knelpunten binnen de rijst- en pluimveesector centraal. Ook de beschikbaarheid van broedeieren kwam aan de orde.
Praktijkknelpunten vanuit de sector
Het overleg vormde een vervolg op eerdere gesprekken tussen de overheid en het bedrijfsleven. Vanuit de verschillende subsectoren werden inhoudelijke presentaties verzorgd over de uitdagingen waarmee producenten en ondernemers in de praktijk worden geconfronteerd.
Daarbij is onder meer gesproken over vraagstukken die rechtstreeks van invloed zijn op de productiecapaciteit, de continuïteit van bedrijven en de verdere ontwikkeling van de agrarische sector.
Aandacht voor structurele oplossingen
Voor de VSB is het belangrijk dat agrarisch beleid zoveel mogelijk tot stand komt in structureel overleg met producenten en andere marktpartijen. Volgens de ondernemersorganisatie moet daarbij verder worden gekeken dan alleen naar acute problemen.
Ook thema’s als productiviteit, voedselzekerheid, marktontwikkeling, infrastructuur en de beschikbaarheid van noodzakelijke productiemiddelen verdienen volgens de VSB structurele aandacht.
Daarnaast is het van belang dat wordt gekeken naar de voorwaarden waaronder lokale productie op een duurzame en concurrerende manier kan worden uitgebouwd.
Publiek-private samenwerking
Tijdens het overleg is afgesproken om de samenwerking tussen LVV en het georganiseerde bedrijfsleven voort te zetten. Daarbij zal zoveel mogelijk worden gewerkt met concrete actiepunten en een duidelijke opvolging.
De VSB ziet structurele publiek-private samenwerking als een belangrijke voorwaarde om de agrarische productiesector verder te versterken.
Een goed functionerende landbouw- en pluimveesector is niet alleen van belang voor ondernemers, maar draagt ook bij aan voedselzekerheid, werkgelegenheid en de bredere economische ontwikkeling van Suriname.
De VSB zal de ontwikkelingen binnen de betrokken sectoren blijven volgen en de praktijkervaringen en aandachtspunten van haar leden in het verdere overleg met de overheid blijven inbrengen.






