Terwijl Suriname zich voorbereidt op grootschalige offshore-olieproductie, wordt opnieuw aandacht gevraagd voor het risico van illegale bunkering. Ir. Dharm Mungra waarschuwt voor een probleem dat wereldwijd grote financiële en milieuschade kan veroorzaken.
Bij illegale bunkering wordt brandstof op zee buiten de officiële vergunningen en douanecontrole om verhandeld. Hierdoor kunnen staten belasting- en douane-inkomsten mislopen. Ook kan milieuschade ontstaan zonder dat verantwoordelijken daarvoor worden aangesproken.
Mungra werkt samen met deskundigen van DNL en externe deskundigen aan een voorstel voor een Wet Bunkering en Fiscale Transparantie.
Het doel is om bunkeringactiviteiten beter te reguleren en controle op de geld- en goederenstromen te versterken.
Vergunningplicht voor bunkeringactiviteiten
Een belangrijk onderdeel van het voorstel is een vergunningplicht voor alle bunkeringactiviteiten.
Daarnaast moet digitale rapportage aan de Belastingdienst zorgen voor een beter overzicht van transacties en leveringen. Ook wordt voorgesteld om realtime toezicht mogelijk te maken.
Daarvoor zou een Autoriteit Bunkering en Fiscaliteit (ABF) opnieuw in het leven moeten worden geroepen. Deze autoriteit zou onder meer verantwoordelijk worden voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Een maritiem jurist die bij het initiatief betrokken is, noemt illegale bunkering geen klein vergrijp. Volgens hem gaat het om georganiseerde belastingontduiking die zowel de staatskas als het milieu kan treffen.
Grote financiële risico’s door ongereguleerde bunkering
Het probleem van illegale bunkering speelt in verschillende delen van de wereld. In de regio, van Trinidad tot West-Afrika, wordt volgens het voorstel gevreesd dat een aanzienlijk deel van de brandstofleveringen buiten officiële kanalen plaatsvindt.
Daarbij kan brandstof buiten reguliere douanecontroles worden geleverd. Ook kunnen accijnzen en andere heffingen worden ontdoken.
Voor een olieproducerend land als Suriname kan een gebrekkige controle volgens de initiatiefnemers grote gevolgen hebben. Juist wanneer de offshore-olieproductie op grote schaal op gang komt, nemen de omvang en waarde van de brandstofstromen toe.
Douaneregistratie moet centraal staan
De voorgestelde Bunkeringswet moet daarom duidelijke regels stellen voor de registratie van brandstof.
Brandstof die uit de zeebodem wordt gewonnen of wordt geïmporteerd, zou eerst door de douane moeten worden geregistreerd. Pas daarna zou bunkering mogen plaatsvinden.
Met een dergelijke werkwijze moet worden voorkomen dat brandstofstromen buiten het officiële fiscale en douanesysteem terechtkomen.
De voorgestelde ABF zou daarnaast de mogelijkheid krijgen om bunkeringactiviteiten realtime te monitoren en op te treden tegen overtredingen.
Inkomsten transparanter beheren
Ook de bestemming van inkomsten uit bunkering maakt onderdeel uit van het voorstel.
Daarvoor wordt een Bunkering Revenue Account voorgesteld. De inkomsten zouden volgens het plan worden ingezet voor de staatsbegroting, langetermijnontwikkeling via een Petroleum Revenue Fund en een fonds voor het herstel en de bescherming van mariene ecosystemen.
Daarmee moet worden voorkomen dat inkomsten uit de groeiende offshore-economie zonder duidelijke bestemming verdwijnen.
Aansluiting bij internationale normen
Het wetsvoorstel wordt gepresenteerd als een instrument dat moet aansluiten bij internationale normen en kaders op het gebied van scheepvaart, fiscale transparantie, financiële integriteit en grondstoffenbeheer.
Daarbij worden onder meer MARPOL, OESO, FATF, UNCLOS en EITI genoemd.
Volgens de initiatiefnemers kan een transparant systeem bijdragen aan de internationale geloofwaardigheid van Suriname. Het land wil zich positioneren als een betrouwbare maritieme en fiscale partner.
Strategisch belang voor de olie- en gassector
De voorgestelde Bunkeringswet moet volgens Mungra meer worden dan een technische regeling.
De wet moet een strategisch instrument worden tegen corruptie, belastingontduiking en milieuschade. Door vergunningverlening, digitale registratie en toezicht te combineren, wil het initiatief voorkomen dat Suriname inkomsten uit zijn toekomstige olie-economie misloopt.
De bredere boodschap is dat Suriname zich nu moet voorbereiden op de risico’s die gepaard gaan met een groeiende offshore-industrie.
“Suriname beschermt zijn zee en toekomst”, luidt de slogan die aan het wetsvoorstel wordt verbonden.
Voor Mungra is duidelijke regelgeving daarbij essentieel. De voorbereidingen op grootschalige olieproductie moeten volgens hem niet alleen draaien om productie en inkomsten, maar ook om transparantie, toezicht en bescherming van de nationale belangen.






