De Nationale Assemblée (DNA) heeft op 8 september met 29 algemene stemmen ingestemd met de wijziging van de Wet van 24 november 1975 tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap.
Met de wetswijziging worden de mogelijkheden verruimd voor personen van Surinaamse afkomst om de Surinaamse nationaliteit te verkrijgen met het oog op vertegenwoordiging van Suriname in de internationale sport.
De nieuwe regeling moet onder voorwaarden ruimte bieden aan sporters van Surinaamse afkomst die vanwege hun buitenlandse of dubbele nationaliteit niet zonder meer voor Suriname kunnen uitkomen.
Wettelijke belemmeringen voor diaspora-sporters weggenomen
Met de wetswijziging wordt beoogd een wettelijke basis te creëren voor personen van Surinaamse afkomst die Suriname op internationaal sportniveau willen vertegenwoordigen. Daarbij wordt rekening gehouden met sporters die momenteel door hun nationaliteitspositie worden beperkt in hun mogelijkheden om voor Suriname uit te komen.
Personen die aan de wettelijke voorwaarden voldoen, kunnen op basis van de gewijzigde regeling de Surinaamse nationaliteit verkrijgen zonder afstand te hoeven doen van hun andere nationaliteit.
Volgens de memorie van toelichting moet hiermee een bestaande belemmering voor Surinaamse topsporters met een buitenlandse nationaliteit worden weggenomen.
Hierdoor kunnen sporters van Surinaamse afkomst onder bepaalde voorwaarden sterker aan Suriname worden verbonden en voor het land uitkomen tijdens internationale wedstrijden en kwalificatietoernooien.
Breed overleg voorafgaand aan behandeling
Het initiatiefwetsvoorstel werd ingediend door Ebu Jones, Steven Reyme, Jeffrey Lau en Edgar Sampie.
Tijdens de voorbereiding heeft de Commissie van Rapporteurs verschillende betrokken partijen gehoord. Daarbij kwamen onder meer het Ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport, het Directoraat Burgerzaken en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking aan het woord.
Ook vertegenwoordigers van de Surinaamse Voetbal Bond, de Surinaamse Atletiek Bond, de Surinaamse Zwem Bond en het Surinaams Olympisch Comité werden gehoord.
Tijdens de parlementaire behandeling werd gesproken over de bestaande nationaliteitsregels, de gevolgen daarvan voor sporters van Surinaamse afkomst en de mogelijkheden om deze groep beter in staat te stellen Suriname internationaal te vertegenwoordigen. Ook de praktische uitvoering en de rol van de betrokken overheidsinstanties kwamen aan de orde.
Jones: sport versterkt nationale saamhorigheid
Initiatiefnemer Ebu Jones benadrukte dat de wetswijziging volgens hem verder gaat dan alleen het creëren van een juridisch kader. Volgens hem speelt sport ook een belangrijke rol bij het versterken van de nationale verbondenheid.
“Nationale saamhorigheid wordt zichtbaar wanneer Surinamers, ongeacht politieke kleur, samen trots zijn op onze nationale sporters. Of het nu gaat om een overwinning van een topsporter als Tyron Spong of onze nationale voetbalselectie: op zulke momenten staan we allemaal achter dezelfde vlag. Sport laat zien dat we, ondanks onze verschillen, één Suriname zijn.”
Diaspora-spelers dragen bij aan nationale eenheid
Namens de NDP-fractie stelde Rabindre Parmessar dat de resultaten van Surinaamse sporters niet alleen voor sportieve hoogtepunten hebben gezorgd, maar volgens hem ook hebben bijgedragen aan meer eenheid binnen de samenleving.
Daarbij wees hij specifiek op de bijdrage van diaspora-spelers. Volgens Parmessar is de bereidheid aanwezig om waar nodig compromissen te sluiten, zolang het uiteindelijke doel is om Suriname vooruit te brengen.
Ook fractieleider Reyme van A20 wees op de bijdrage van diaspora-spelers aan de sportieve prestaties en de nationale eenheid.
VHP benadrukt overleg en juridische garanties
Fractieleider van de VHP, Asiskumar Gajadien, gaf aan dat vanuit de fractie steeds is ingezet op overleg en het inbouwen van de nodige garanties.
Volgens Gajadien kan Suriname met de aanpassingen een belangrijke stap zetten richting het beoogde doel. Tegelijkertijd wees hij erop dat Suriname niet kan bepalen hoe andere landen omgaan met hun eigen nationaliteitsregels.
“Wij kunnen echter niet voor andere landen beslissen of bepalen. Natuurlijk hopen wij dat wij met deze aanpassingen het doel dat wij voor ogen hebben, kunnen bereiken”, aldus Gajadien.
Lokale sportontwikkeling blijft belangrijk
Fractieleider van de PL, Bronto Somohardjo, benadrukte dat het aantrekken van diaspora-sporters niet los mag worden gezien van de ontwikkeling van lokaal talent.
“De inzet van diaspora-sporters moet hand in hand gaan met de structurele ontwikkeling van onze lokale sporters”, stelde Somohardjo.
Ook vanuit de NPS-fractie werd steun uitgesproken voor de wetswijziging. Parlementariër Mohamed Fatehmohamed stelde dat met de aanpassingen een werkbaar juridisch kader is neergezet. Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid voor de verdere uitvoering bij de regering.
Ook andere fracties spreken steun uit
Reyme benadrukte opnieuw dat diaspora-spelers niet alleen sportieve resultaten hebben helpen realiseren, maar ook een bijdrage leveren aan nationale verbondenheid.
Namens de ABOP-fractie sprak Ronny Brunswijk zijn tevredenheid uit over de wetswijziging. Volgens hem biedt de nieuwe regeling meer ruimte om sporters uit de diaspora te betrekken bij het realiseren van de nationale sportdoelen.
Ook BEP-fractieleider Ronny Asabina sprak zijn steun uit voor de aanneming van de wet. Hij stelde dat met de aanneming de slogan “Wi bribi na krakti” opnieuw betekenis krijgt.
Uitvoering vraagt nog verdere stappen
Na de aanneming complimenteerde parlementsvoorzitter Michael Adhin de regering en het parlement met het bereikte resultaat.
Hij wees er tegelijkertijd op dat nog verschillende stappen moeten worden gezet voordat de gewijzigde regeling daadwerkelijk in werking kan treden.
De uitvoering zal zorgvuldig en transparant moeten plaatsvinden en moet voldoen aan de geldende wettelijke voorwaarden. Daarbij is een goede afstemming tussen de betrokken overheidsinstanties van belang.
Regering ziet wetswijziging als stap vooruit
Namens de regering stelde vicepresident Gregory Rusland dat Suriname trots mag zijn op het bereikte resultaat. Hij wees tegelijkertijd op de ontwikkelingen en uitdagingen die het land te wachten staan.
Volgens Rusland blijft samenwerking noodzakelijk om verder te bouwen aan een natie waarop alle Surinamers trots kunnen zijn.
Het initiatiefwetsvoorstel werd op 18 augustus 2026 ingediend bij De Nationale Assemblée.






