Minister Diana Pokie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting zegt dat haar ministerie werkt aan oplossingen voor de circa 30.000 woningzoekenden in Suriname. Volgens de minister is de woningnood omvangrijk en kan deze niet met één enkele maatregel worden opgelost.
De aanpak moet daarom bestaan uit een combinatie van nieuwbouw, huurwoningen, huursubsidie en bouwsubsidies.
Ook renovatie en betere toegang tot woningfinanciering maken deel uit van de bredere huisvestingsaanpak van de regering.
De regering heeft onlangs het Nationaal Huisvestingsprogramma gelanceerd, waarbij onder meer wordt ingezet op sociale woningbouw en betaalbare financiering. Daarbij krijgen lagere inkomensgroepen en andere kwetsbare huishoudens bijzondere aandacht.
Achterstanden bij woningbouwprojecten
Pokie stelt dat haar ministerie bij haar aantreden met aanzienlijke achterstanden in lopende woningbouwprojecten werd geconfronteerd.
Bij een woningbouwproject dat in 2017 werd gestart, was volgens haar slechts ongeveer 23 procent gerealiseerd. Inmiddels zou de uitvoering rond de 70 procent liggen.
Ook het Koela-project kende volgens de minister bij de start van de huidige regering nog geen gerealiseerde woningen. Het streven is om binnen twee maanden 55 woningen op te leveren.
Het Koela-project maakt deel uit van een langer lopend woningbouwtraject. Eerder werd aangekondigd dat binnen het project in totaal 90 woningen worden gerealiseerd, verdeeld over verschillende fasen. Voor 2026 is de doelstelling om 55 woningen op te leveren.
Woningnood vraagt om meer dan alleen nieuwbouw
De omvang van het probleem maakt volgens Pokie duidelijk dat alleen het bouwen van nieuwe woningen onvoldoende is. Niet iedere woningzoekende beschikt over voldoende inkomen om een woning te kopen of zelfstandig te bouwen.
Daarom wil het ministerie verschillende instrumenten naast elkaar inzetten. Voor huishoudens die geen woning kunnen kopen, kunnen huurwoningen en huursubsidie uitkomst bieden.
Voor mensen die wel over een eigen perceel beschikken maar onvoldoende middelen hebben om te bouwen of te renoveren, kunnen bouw- en renovatiesubsidies een oplossing bieden.
Een dergelijke combinatie sluit aan bij eerdere huisvestingsprogramma’s van de overheid, waarin al werd gewerkt met sociale woningbouw, huursubsidies, renovatiesteun en financieringsmogelijkheden voor lagere en middeninkomens.
Ook betaalbare financiering moet worden versterkt
Naast directe woningbouw wordt ook ingezet op toegang tot betaalbare financiering. Het Nationaal Woningbouwfonds moet mensen uit lagere en middeninkomensgroepen ondersteunen bij het realiseren van een eerste eigen woning.
De overheid heeft daarnaast aangekondigd dat binnen het huisvestingsprogramma wordt gewerkt met verschillende woonvormen, waaronder huur- en huurkoopconstructies.
Voor het woningbouwprogramma is bovendien financiering beschikbaar gesteld waarbij leningen tegen relatief lage rente moeten worden aangeboden.
Volgens de regering moet hiermee worden voorkomen dat woningzoekenden uitsluitend afhankelijk zijn van sociale woningbouw.
Wie financieel in staat is om met ondersteuning zelf een woning te realiseren, moet daarvoor eveneens mogelijkheden krijgen.
Huisvestingsprobleem bestaat al decennialang
De huidige woningnood is geen nieuw verschijnsel. In eerdere nationale ontwikkelingsplannen werd al vastgesteld dat de huisvestingssituatie in Suriname om ingrijpende en structurele maatregelen vraagt.
Daarbij werd benadrukt dat betaalbare huisvesting niet alleen een sociale kwestie is, maar ook samenhangt met economische en maatschappelijke ontwikkeling.
Ook in 2017 werd al geconstateerd dat het bestand van woningzoekenden moest worden opgeschoond en geactualiseerd.
Destijds werd gewezen op het belang van onderscheid tussen personen die behoefte hebben aan een huurwoning, huurkoopwoning of koopwoning.
Dat onderstreept dat het probleem niet alleen draait om het aantal beschikbare woningen, maar ook om een goede registratie van de daadwerkelijke behoefte, de betaalcapaciteit van huishoudens en een efficiënte toewijzing.
Ruimte voor huurwoningen en woonalternatieven
De regering kijkt daarom ook naar alternatieve woonvormen. In het huidige woningbouwbeleid wordt onder meer gesproken over huur- en huurkoopwoningen en woonflats.
In de staatsbegroting voor 2026 zijn bovendien middelen opgenomen voor nieuwe woonoplossingen voor lagere inkomensgroepen en voor de ontwikkeling van woonflatconcepten.
Een belangrijk aandachtspunt blijft daarbij dat nieuwe woningen betaalbaar moeten zijn voor de doelgroep waarvoor zij worden gebouwd.
Een woning die wel wordt gebouwd maar voor de gemiddelde woningzoekende financieel onbereikbaar blijft, lost de kern van het probleem immers niet op.
“Genoeg geld gaan we nooit hebben”
Pokie benadrukt dat haar ministerie tegelijkertijd met tientallen beleidsprogramma’s werkt en dat de beschikbare financiële middelen beperkt zijn. “Genoeg geld gaan we nooit hebben”, stelt zij.
Volgens de minister betekent dit dat duidelijke prioriteiten moeten worden gesteld. De overheid zal keuzes moeten maken over welke groepen en projecten als eerste worden geholpen en op welke wijze beschikbare middelen het grootste maatschappelijke effect kunnen hebben.






