Het Syndicaat voor Onderwijsgevenden in Suriname plaatst vraagtekens bij de wijze waarop de verschillende onderwijsbonden gezamenlijk optrekken in de belangenbehartiging van leerkrachten.
Volgens het syndicaat wordt wel gesproken over een gezamenlijke strijd, maar roept de wijze waarop een recente verklaring is ondertekend vragen op over de daadwerkelijke eenheid binnen de onderwijsbeweging.
Waar is de gezamenlijke strategie?
Volgens het Syndicaat heeft de ondertekening van de verklaring opnieuw zichtbaar gemaakt dat er sprake lijkt te zijn van verschillende niveaus van vertegenwoordiging.
De voorzitter van BvL/ALS ondertekende de verklaring afzonderlijk namens BvL/ALS, terwijl tegelijkertijd een vertegenwoordiger namens de gezamenlijke onderwijsbonden tekende.
Voor het Syndicaat roept dit de vraag op hoe sterk de gezamenlijke positie daadwerkelijk is wanneer verschillende organisaties afzonderlijk blijven optreden.
“Als wij werkelijk één gezamenlijke strijd voeren voor de leerkracht, waarom wordt die eenheid juist op het moment van ondertekening weer zichtbaar doorbroken?”, vraagt de organisatie zich af.
Volgens het Syndicaat gaat het daarbij niet om persoonlijke belangen of om de vraag welke voorzitter een belangrijkere positie inneemt. Het gaat volgens de organisatie om de geloofwaardigheid van de gezamenlijke belangenbehartiging.
Verdeeldheid verzwakt onderhandelingspositie
De onderwijsorganisatie stelt dat het onderwijs juist behoefte heeft aan een krachtige en eensgezinde vertegenwoordiging.
Wanneer verschillende bonden met verschillende posities of mandaten aan tafel verschijnen, kan dat volgens het syndicaat de onderhandelingspositie van de onderwijssector verzwakken.
“De leerkracht heeft geen behoefte aan een wedstrijd tussen bonden. De leerkracht heeft behoefte aan resultaat”, stelt het Syndicaat.
De organisatie vindt daarom dat samenwerking meer moet betekenen dan het gezamenlijk verschijnen bij bijeenkomsten of het ondertekenen van verklaringen.
Volgens het Syndicaat is er behoefte aan één duidelijke strategie, één gezamenlijk mandaat en een gezamenlijke verantwoordelijkheid tegenover de leerkracht.
Kritisch over 15 procent loonsverhoging
Het Syndicaat plaatst de discussie over de eenheid van de onderwijsbonden ook tegen de achtergrond van de recente loonontwikkeling.
Volgens de organisatie zijn vanuit de onderwijsbonden forse eisen naar voren gebracht, waarbij een loonsverhoging van minimaal 75 procent als eerste stap werd genoemd.
Het uiteindelijke percentage van 15 procent ligt daar aanzienlijk onder.
Het Syndicaat vraagt zich daarom af in hoeverre de gevolgde onderhandelingsstrategie daadwerkelijk heeft geleid tot het gewenste resultaat voor de leerkracht.
“Als de inzet minimaal 75 procent was en het resultaat uiteindelijk 15 procent bedraagt, moeten we ons afvragen wat dit betekent voor de onderhandelingskracht van de onderwijsbonden”, wordt aangehaald.
15 procent lost structurele problemen niet op
Volgens het Syndicaat moet bovendien worden gekeken naar de reële koopkracht van leerkrachten. Een salarisverhoging van 15 procent kan op papier positief lijken, maar wanneer tegelijkertijd de kosten van brandstof, voeding en andere basisbehoeften blijven stijgen, kan de feitelijke koopkrachtverbetering beperkt blijven.
Zij benadrukt daarom dat de discussie niet uitsluitend over een percentage zou moeten gaan. Ook de bredere sociaaleconomische positie van de leerkracht moet volgens de organisatie onderdeel zijn van de gesprekken.
Uitstroom van leerkrachten blijft grootste zorg
Voor het Syndicaat is vooral de voortdurende uitstroom van leerkrachten een structureel probleem dat dringend aandacht vereist. Volgens de organisatie kan het onderwijs niet duurzaam worden versterkt wanneer gekwalificeerde leerkrachten de sector blijven verlaten.
Een verbetering van de financiële positie is volgens het syndicaat belangrijk, maar moet onderdeel zijn van een bredere aanpak waarin ook arbeidsomstandigheden, werkdruk, loopbaanperspectieven en waardering voor het beroep worden meegenomen.
Nu geen tijd voor onderlinge verdeeldheid
De komende maanden moeten daarom niet worden gebruikt voor onderlinge verdeeldheid, maar juist voor het versterken van de gezamenlijke positie van de onderwijssector.
Volgens de organisatie moet samenwerking zichtbaar worden in de manier waarop de bonden onderhandelen en besluiten nemen.
“Echte samenwerking betekent dat je samen aan tafel zit, samen een mandaat draagt, samen onderhandelt en samen verantwoordelijkheid neemt voor het resultaat”, wordt verder aangevoerd.
Het Syndicaat stelt dat de onderwijsbonden zich daarom de vraag moeten stellen of de term “Gezamenlijke Onderwijsbonden” daadwerkelijk inhoud krijgt in de praktijk.
De leerkracht verdient één krachtige stem
Het Syndicaat voor Onderwijsgevenden in Suriname roept de betrokken onderwijsorganisaties op om hun onderlinge verschillen zoveel mogelijk te overstijgen en te komen tot een gezamenlijke strategie die het belang van de leerkracht centraal stelt.
Benadrukt wordt dat het uiteindelijk niet gaat om de vraag welke bond of voorzitter het meeste gewicht heeft, maar om de vraag of de gezamenlijke belangenbehartiging daadwerkelijk leidt tot verbetering van de positie van de leerkracht.
“Wij kunnen blijven zeggen: ‘samen sterk’. Maar als bij iedere belangrijke stap opnieuw verdeeldheid zichtbaar wordt, moeten wij ons afvragen of wij werkelijk samen sterk zijn, of slechts de schijn van eenheid in stand houden.”
Het Syndicaat benadrukt dat de leerkracht recht heeft op een sterke, geloofwaardige en eensgezinde belangenbehartiging.






