DNA-lid Raghoenandan Rawien vraagt dringend aandacht voor de volgens hem onhygiënische en onaangename omstandigheden in het lijkenhuis van het Mungra Medisch Centrum (MMC) in Nickerie.
Burgers die het lijkenhuis bezoeken om afscheid te nemen van overleden familieleden, zouden worden geconfronteerd met een ernstige en onaangename stank.
Volgens Raghoenandan maakt deze situatie het voor nabestaanden bijzonder moeilijk om hun dierbaren op een waardige en respectvolle manier de laatste eer te bewijzen.
Twee onbekende stoffelijke overschotten in koelruimte
Volgens informatie die het DNA-lid bij de beheerder van het lijkenhuis heeft ingewonnen, bevinden zich momenteel twee aangespoelde stoffelijke overschotten van onbekende personen in de koelruimte.
De stoffelijke overschotten zouden inmiddels in een vergevorderde staat van ontbinding verkeren. Tot op heden zouden zich geen familieleden hebben gemeld om de identiteit van de overledenen vast te stellen of de stoffelijke overschotten op te eisen.
De aanwezigheid van de lichamen onder deze omstandigheden zou volgens Raghoenandan mede de oorzaak zijn van de ernstige stank in het lijkenhuis.
Ook onbekende overledenen verdienen waardigheid
Raghoenandan benadrukt dat het feit dat de identiteit van de twee overledenen niet bekend is, niets afdoet aan hun recht op een menswaardige en respectvolle behandeling.
Tegelijkertijd moeten volgens hem ook de belangen van nabestaanden van andere overledenen worden beschermd. Zij moeten in een hygiënische en waardige omgeving de gelegenheid krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
“Het afscheid nemen van een geliefde is een emotioneel en zwaar moment. Nabestaanden moeten de mogelijkheid krijgen om in alle rust en waardigheid afscheid te nemen. Het kan niet zo zijn dat zij daarbij worden geconfronteerd met een ernstige stank als gevolg van stoffelijke overschotten die in verregaande staat van ontbinding verkeren.”
Oproep aan MMC en bevoegde instanties
Het DNA-lid doet daarom een dringend beroep op de directie van het MMC en de overige bevoegde autoriteiten om onmiddellijk passende maatregelen te treffen ten aanzien van de twee onbekende stoffelijke overschotten.
Volgens Raghoenandan is niet alleen een oplossing voor de huidige situatie noodzakelijk, maar moet ook worden gewerkt aan een structurele aanpak voor gevallen waarbij onbekende overledenen langdurig in een mortuarium verblijven.
Er moeten volgens hem duidelijke procedures zijn voor de identificatie, registratie, bewaring en verdere afhandeling van onbekende stoffelijke overschotten. Daarmee kan worden voorkomen dat lichamen gedurende langere tijd onder ongeschikte omstandigheden in een lijkenhuis blijven liggen.
Hygiëne en volksgezondheid mogen niet in het geding komen
Raghoenandan waarschuwt dat langdurige aanwezigheid van stoffelijke overschotten in een vergevorderde staat van ontbinding niet alleen een kwestie van menselijke waardigheid is, maar ook vragen kan oproepen over hygiëne en volksgezondheid.
Daarnaast vindt hij het onaanvaardbaar dat nabestaanden die hun overleden familieleden komen bezoeken, als gevolg van de situatie worden geconfronteerd met ernstige overlast.
“Ook een onbekende overledene verdient respect en een waardige behandeling. Tegelijkertijd hebben de nabestaanden van andere overledenen recht op een hygiënische en respectvolle omgeving om afscheid te nemen.”
“Er moet met spoed worden ingegrepen”
Raghoenandan roept de verantwoordelijke instanties op om de situatie met spoed aan te pakken en ervoor te zorgen dat de noodzakelijke maatregelen worden getroffen.
“Ik roep de verantwoordelijke instanties daarom op om met spoed in te grijpen en ervoor te zorgen dat deze situatie wordt opgelost.”
Volgens het DNA-lid moet daarbij niet alleen de huidige overlast worden weggenomen, maar moet ook worden voorkomen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst opnieuw voordoet.






