Criticus Ahmad Jhawnie plaatst vraagtekens bij constructies waarbij onroerende goederen indirect worden overgedragen via rechtspersonen.
Aanleiding vormen berichten over een groep mennonieten die in het district Para op zoek zou zijn naar grond voor grootschalige landbouwprojecten.
Milieuactivist John Goedschalk stelde tegenover ABC Nieuws dat de groep aanvankelijk bij de overheid grond zou hebben aangevraagd, maar dat deze aanvraag werd geweigerd.
Volgens Goedschalk zou vervolgens ogenschijnlijk een deal zijn gesloten met Braganza Marketing Group N.V., een onderneming die aandelen bezit van Nieuw Surland N.V.
Volgens een bericht van De West zou Braganza Marketing Group in Belize een overeenkomst hebben gesloten met een aantal gezinnen over de verkoop van 23.000 hectare grond voor een bedrag van 1,6 miljoen dollar.
De kern van de constructie wordt volgens Goedschalk samengevat in de uitspraak: “Ze kopen niet de grond, maar de naamloze vennootschap.”
Overdracht via aandelen kan zegelrecht omzeilen
Volgens Jhawnie kan een dergelijke constructie ertoe leiden dat de betaling van zegelrecht, oftewel overdrachtsbelasting, wordt ontweken.
“Op die manier wordt de betaling van zegelrecht (overdrachtsbelasting) ontdoken, zoals dat ook het geval is bij stichtingen bij verkoop van onroerende goederen”, stelt Jhawnie.
Volgens hem ligt het verschil in de juridische vorm waarin de transactie wordt gegoten. In plaats van de onroerende zaak rechtstreeks over te dragen, wordt volgens deze constructie de rechtspersoon die eigenaar is van het onroerend goed overgenomen.
Vergelijking met stichtingsconstructies
Jhawnie wijst daarbij ook op constructies waarbij onroerende goederen via stichtingen worden gehouden. Volgens hem kan bij een dergelijke constructie de overdracht plaatsvinden door een bestuurswisseling binnen de stichting, zonder dat de grond zelf formeel wordt verkocht.
“Men koopt niet de grond, maar de stichting middels bestuurswisseling (stichtingsconstructie)”, aldus Jhawnie.
Volgens de criticus verdient deze wijze van overdracht aandacht in het kader van de naleving van fiscale verplichtingen bij transacties met onroerende goederen.
Kritiek op mogelijke ontduiking van overdrachtsbelasting
Jhawnie stelt dat het gebruik van dergelijke constructies niet alleen een juridische, maar ook een fiscale dimensie heeft.
Wanneer de economische overdracht van een onroerend goed feitelijk plaatsvindt, maar juridisch wordt vormgegeven als een overdracht van aandelen of een wijziging binnen een rechtspersoon, rijst volgens hem de vraag of daarmee de verschuldigde overdrachtsbelasting wordt ontlopen.
De discussie over dergelijke constructies is volgens Jhawnie niet nieuw. Hij verwijst daarbij naar een eerder door hem aangehaalde publicatie over het tegengaan van ontduiking van overdrachtsbelasting uit 2023.






