De resultaten van de Zesde Agrarische Telling bieden nieuwe inzichten in de sociaaleconomische kenmerken van de Surinaamse landbouwsector.
Uit het bijbehorende statistiekrapport blijkt onder meer dat het basisonderwijs op GLO-niveau landelijk het meest voorkomende opleidingsniveau is onder landbouwers.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke regionale verschillen. Hoger onderwijs is volgens de resultaten vooral geconcentreerd in de kustgebieden, terwijl landbouwers zonder formeel onderwijs voornamelijk voorkomen in dorpsgemeenschappen in het binnenland.
De bevindingen werden gepresenteerd bij de officiële lancering van het Statistiekrapport van de Zesde Agrarische Telling in de Ballroom van Torarica.
Onderwijsprofiel vraagt om maatwerk
Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) benadrukte dat de regionale onderwijsprofielen belangrijke gevolgen hebben voor de manier waarop landbouwers worden ondersteund.
“Door inzicht te hebben in de regionale onderwijsprofielen, hervormen we onze agrarische voorlichtingsdiensten om toegankelijke, praktische trainingen te bieden die de brug slaan tussen traditionele kennis en moderne landbouwtechnieken,” aldus de minister.
Volgens Noersalim maakt de telling duidelijk dat één uniforme aanpak niet volstaat. De verschillen tussen kustgebieden en het binnenland vragen om voorlichting en trainingen die aansluiten op de lokale omstandigheden, het kennisniveau en de bestaande ervaring van landbouwers.
Cijfers als kompas voor de landbouw
De LVV-minister stelde dat statistieken soms worden gezien als abstracte cijfers en tabellen, terwijl daarachter de dagelijkse werkelijkheid van mensen schuilgaat.
Volgens Noersalim vertelt het rapport het verhaal van de vruchtbare landbouwgronden, de inzet van landbouwers, de nationale voedselzekerheid en de richting waarin de landbouwsector zich verder moet ontwikkelen.
“Wij sluiten onze ogen niet voor de werkelijkheid. Wij navigeren momenteel door een complex sociaal-economisch landschap dat wordt gevormd door klimaatverandering, marktverstoringen en veranderende internationale eisen,” stelde de minister.
Juist onder deze omstandigheden is betrouwbare informatie volgens hem noodzakelijk om beleidskeuzes te kunnen maken.
Basis voor modernisering en opschaling
Noersalim ziet de agrarische telling als een belangrijke nulmeting voor de verdere ontwikkeling van de sector. Volgens hem is Suriname klaar om de landbouw op te schalen en te moderniseren en daarmee een grotere bijdrage te leveren aan de regionale voedselzekerheid.
De verzamelde gegevens moeten de overheid en andere betrokken partijen in staat stellen om programma’s gerichter te ontwikkelen en middelen doelmatiger in te zetten.
Volgens de minister moet daarbij niet alleen worden gekeken naar de omvang van de landbouwproductie, maar ook naar de omstandigheden waaronder boeren werken en de ondersteuning die nodig is om hun productie en inkomen duurzaam te verbeteren.
Traditionele kennis verbinden met moderne technieken
Een belangrijke uitdaging voor het landbouwbeleid is volgens de minister het verbinden van bestaande lokale en traditionele kennis met moderne landbouwtechnieken.
De verschillen in opleidingsniveau en regionale omstandigheden maken het noodzakelijk dat agrarische voorlichting praktisch en toegankelijk wordt aangeboden. Vooral in gemeenschappen waar formeel onderwijs minder toegankelijk is geweest, kan een praktijkgerichte aanpak bijdragen aan de overdracht van nieuwe kennis en technieken.
Daarmee kan de agrarische sector volgens LVV beter inspelen op veranderende klimaatomstandigheden, nieuwe markteisen en ontwikkelingen binnen de landbouw.
Internationale ondersteuning bij uitvoering
Noersalim sprak zijn waardering uit voor de ondersteuning die bij de uitvoering van de agrarische telling is ontvangen van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en het Inter-Amerikaanse Instituut voor Samenwerking op het gebied van Landbouw (IICA).
Ook sprak hij zijn dank uit aan Sheila Aldjah en haar team van uitvoerders, die betrokken waren bij de uitvoering van het project.
Een bijzonder woord van waardering richtte de minister aan de landbouwers zelf. Zij hebben hun bedrijven, velden en ervaringen opengesteld voor het onderzoek en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het rapport.
“Dit rapport is gefundeerd op úw dagelijkse realiteit,” benadrukte Noersalim.
Betere data voor gerichter landbouwbeleid
Met de publicatie van het statistiekrapport beschikt Suriname over een belangrijke basis om de ontwikkelingen binnen de agrarische sector verder te volgen en beleid daarop af te stemmen.
De uitdaging ligt nu in het daadwerkelijk vertalen van de verzamelde gegevens naar concrete maatregelen. De regionale verschillen, onderwijsprofielen en omstandigheden van landbouwers zullen daarbij moeten worden meegenomen om ondersteuning effectiever te maken en de landbouwsector verder te professionaliseren.
Volgens LVV moet de Zesde Agrarische Telling daarmee niet het eindpunt zijn, maar juist het vertrekpunt voor een meer datagedreven, moderne en toekomstbestendige landbouwsector.






