Vandaag, maandag 25 mei 2026, is het precies één jaar geleden dat Surinamers naar de stembus trokken voor de algemene verkiezingen.
De Nationale Democratische Partij (NDP) behaalde toen met 18 zetels de meeste stemmen in De Nationale Assemblee, gevolgd door de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) met 17 zetels.
Uiteindelijk werd een coalitieregering gevormd bestaande uit de NDP, NPS, ABOP, PL, BEP en A20, goed voor een meerderheid van 34 zetels in DNA.
De NDP leverde met Jennifer Simons voor het eerst een vrouwelijke president van Suriname, terwijl de Nationale Partij Suriname (NPS) het vicepresidentschap invulde met Gregory Rusland.
Een jaar later wordt binnen delen van de samenleving en vooral onder NDP-aanhangers teruggekeken op de eerste fase van het regeringsbeleid.
Gemengde gevoelens, maar vertrouwen in koers regering
NDP-lid Vanity Soeroredjo zegt tevreden te zijn over de richting waarin het land volgens haar beweegt, al benadrukt zij dat niet alles vlekkeloos verloopt.
Volgens haar ontbreken op bepaalde gebieden nog daadkrachtige en efficiënte maatregelen die sneller merkbare verlichting moeten brengen voor de samenleving.
Daarbij verwijst zij onder meer naar de staat van de infrastructuur, zoals de Hogerhuystraat, de weg naar Nickerie en andere slecht onderhouden wegen die volgens haar zorgen voor frustratie en extra kosten voor burgers.
Toch stelt Soeroredjo dat veranderingen tijd nodig hebben en dat zij reeds structurele ontwikkelingen ziet binnen het bestuur en de overheid.
Verjonging en bredere vertegenwoordiging binnen bestuur
Volgens het NDP-lid is er het afgelopen jaar sprake geweest van meer verjonging, deskundigheid en diversiteit binnen bestuurlijke functies.
Zij stelt dat het politieke landschap jarenlang werd gedomineerd door dezelfde groep oudere politici en ziet de huidige veranderingen als een poging om nieuwe generaties en bredere lagen van de samenleving meer kansen te geven.
Daarnaast benadrukt zij dat fouten van regeringsfunctionarissen volgens haar sneller worden aangepakt dan in voorgaande regeringsperiodes. Daarbij verwijst zij naar situaties waarbij functionarissen publiekelijk op hun handelen werden aangesproken.
Meer zichtbare aanpak van infrastructuur en overlast
Soeroredjo wijst verder op de aanpak van wateroverlast, goten, sluizen en infrastructuurwerken die volgens haar zichtbaarder zijn geworden sinds de regeringswisseling.
Hoewel de problemen volgens haar mede het gevolg zijn van jarenlang achterstallig onderhoud, zegt zij dat verschillende districtscommissarissen, Openbare Werken en andere instanties nu actiever optreden bij regenoverlast en onderhoudswerkzaamheden.
Ook het feit dat reeds in het eerste regeringsjaar wordt gewerkt aan asfalteringsprojecten zonder grote politieke festiviteiten, noemt zij een verschil met eerdere bestuursperiodes.
Aandacht voor jongeren, sport en publieke informatie
Volgens Soeroredjo is er daarnaast meer aandacht gekomen voor jeugdbeleid, sportfaciliteiten en publieke bewustwordingscampagnes.
Zij verwijst onder meer naar activiteiten van het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport, de aanleg en het onderhoud van sportvoorzieningen en de informatievoorziening rond gezondheidskwesties zoals chikungunya.
Ook binnen landbouwprojecten, woningbouwinitiatieven en trainingsprogramma’s ziet zij volgens eigen zeggen meer openstelling richting de samenleving, waardoor burgers meer mogelijkheden krijgen om deel te nemen aan overheidsprojecten.
Vrije meningsuiting en open bestuur
Een ander punt dat volgens Soeroredjo opvalt, is de omgang van de regering met protestgroepen en maatschappelijke organisaties.
Zij stelt dat president Jennifer Simons volgens haar bereid is verschillende groepen aan te horen en ruimte laat voor vrije meningsuiting.
Daarnaast noemt zij het positief dat veel functionarissen uit de vorige regeringsperiode nog steeds hun functies bekleden, wat volgens haar wijst op een minder abrupte politieke wisseling binnen overheidsstructuren.
Regering volgens aanhangers in transitiefase
Hoewel Soeroredjo erkent dat delen van de samenleving sneller resultaten willen zien, beschouwt zij de huidige periode als een overgangsfase waarin eerst gewerkt moet worden aan structurele hervormingen voordat duurzame resultaten zichtbaar worden.
Volgens haar vraagt de huidige bestuursverandering om geduld, burgerparticipatie, doorzettingsvermogen en een open houding vanuit de samenleving.
Tegelijkertijd benadrukt zij dat de regering naar haar mening wel sneller, efficiënter en daadkrachtiger mag handelen.
Ondanks de bestaande uitdagingen spreekt zij de hoop uit dat de ingezette koers uiteindelijk zal bijdragen aan een beter Suriname en dat de structurele veranderingen op langere termijn hun vruchten zullen afwerpen.







