• Colofon
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Suriname faalt keihard in de opvang van zijn armste inwoners

GFC Nieuws Ingezonden door GFC Nieuws Ingezonden
22 mei 2026 16:00
in Opinie
Armoede

Illustratiefoto

De paracetamol is op. En import van pracetamol is fors duurder geworden door de oliecrisis, want Suriname maakt zelf geen paracetamol. President Simons moet nog jaren regeren.

Waar kan ze nu het geld vinden om in ieder geval de zwervers van Suriname een menswaardig leven te geven.

De NDP noemt zich een sociale-democratische partij. Maar als je bijvoorbeeld naar de aanpak van de zwerversproblematiek kijkt en de manier waarop de NDP met de Ghetto omgaat voor en na de verkiezingen dan zie je niets van sociaal en democratisch. En daarom lijkt het alsof NDP politiek racisme stimuleert. Neks no kenki!

Simons en ook deze regering zou zich diep moeten schamen dat zij als team de zwerversproblematiek in Suriname niet kunnen aanpakken. Surinamers doen zich voor als het deftigste volk van de wereld.

Aanstellerij op nummer een. Als ze praten denk je met de koningen te maken te hebben. Ze weten alles, deftigste mensen op aarde. Maar zwervers zijn ook mensen. Mensen die het symbool zijn van een land in crisis, moreel verval, drugsgebruik, woninggebrek en eigenlijk van alles wat niet goed is aan het land.

De dat Surinaamse crisis zo heeft ingehakt op de Surinaamse samenleving dat volwassen mannen en vrouwen naakt rondlopen op prominente toeristenplekken van Suriname. Het is niet de schuld van deze arme zwervers maar van de politici die al 50 jaar zelf aan de rivieren wonen terwijl ze doen alsof ze de Ghetto helpen. Dit is een schande!

Het gaat niet om het geld maar om de wil en daadkracht om iets de zwervers op te vangen op een menswaardige manier. Een land dat niet haar zwaksten, die naakt en radeloos over straat lopen is geen land die trots mag zijn ook al komt er olie en gas uit de monden, oren, neuzen en de hemel.

De kerken en de overheid falen faliekant.

Dan hoor ik u denken en vragen: waar moet het geld vandaan komen? Lees en denk na.

Solidariteitsafdracht van banken is geen diefstal maar economische rechtvaardigheid

Suriname heeft opnieuw een oude discussie terug op tafel gekregen: “peh a moni deh?” Eerst ging het om de Oppenheimer-leningen, daarna over de mysterieuze verdamping van honderden miljoenen Amerikaanse dollars rond de afkoopconstructies van diezelfde schulden, en nu steeds vaker over een andere ongemakkelijke waarheid waar men liever niet te diep op ingaat: waarom hebben sommige sectoren in Suriname recordwinsten gemaakt terwijl het volk verarmde?

Die vraag is relevanter dan ooit, juist nu de regering-Simons worstelt met geldtekorten, stijgende kosten, sociale druk en een bevolking die financieel op de rand van uitputting leeft.

Want laten we eerlijk zijn. In een land waar gezinnen nauwelijks rondkomen, waar inflatie de koopkracht heeft vernietigd en waar de staatsschuld als een molensteen om de nek van de economie hangt, is het niet meer dan normaal dat bedrijven die dankzij overheidsbeleid en monetair beleid uitzonderlijke winsten hebben gemaakt, een groter deel daarvan teruggeven aan de samenleving.

Dat is geen communisme. Dat is geen jaloezie. Dat heet solidariteit. En precies daarom is het tijd geworden voor een solidariteitsafdracht van de Surinaamse banken.

De banken hebben goudgeld verdiend dankzij IMF-beleid

Wat veel mensen vergeten, is dat de recordwinsten van de Surinaamse banken in de afgelopen vier jaar niet uitsluitend voortkwamen uit briljant ondernemerschap of revolutionaire innovatie.

Een groot deel van die winsten is ontstaan door het monetair beleid dat onder druk van het IMF werd ingevoerd, met name de zogenaamde Open Market Operations (OMO’s) van de Centrale Bank van Suriname.

Die OMO-constructies hielden in dat banken gigantische rentes kregen betaald op overtollige liquiditeiten en deposito’s die zij parkeerden bij de Centrale Bank. Rentes van 60%, 70% en zelfs richting 80% zijn in bepaalde periodes betaald. Dat zijn percentages die in normale economieën bijna absurd klinken.

Terwijl de gewone burger moeite had om brood, olie en kip te kopen, stroomden enorme rentebetalingen richting de commerciële banken. Met andere woorden: de Surinaamse staat, en indirect dus het Surinaamse volk, heeft via monetair beleid meegeholpen aan het creëren van uitzonderlijk hoge bankwinsten.

Dat zie je terug in de jaarcijfers. Vrijwel alle grote banken in Suriname rapporteerden ongekende winstgroei. Balansen werden sterker. Winsten explodeerden. Dividendmogelijkheden namen toe.

Terwijl de samenleving kreunde onder koopkrachtverlies en economische onzekerheid, draaide de bancaire sector misschien wel haar beste jaren ooit. Daar is op zichzelf niets mis mee. Banken mogen winst maken. Sterke banken zijn belangrijk voor economische stabiliteit.

Maar wanneer zulke winsten mede ontstaan door overheidsinterventies, monetair beleid en publiek gedragen offers, dan ontstaat ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Solidariteitsafdracht is wereldwijd normaal

De Surinaamse discussie is helemaal niet uniek. Over de hele wereld grijpen overheden in wanneer bedrijven plotseling door externe omstandigheden of systeemschokken excessieve winsten maken. Kijk naar Europa.

Toen olie- en gasprijzen explodeerden door de oorlog in Oekraïne, besloten verschillende Europese landen extra belastingen op te leggen aan energiebedrijven zoals Shell en BP.

Waarom? Omdat die bedrijven recordwinsten maakten door geopolitieke omstandigheden en marktschokken waar zij zelf nauwelijks iets voor hoefden te doen.Men noemde dat een “windfall tax”, een extra heffing op onverwachte overwinsten.

Het idee daarachter is eenvoudig: als een sector uitzonderlijk profiteert van een crisis, van marktdislocaties of van overheidsingrijpen, dan mag een deel van die winst terugvloeien naar de samenleving om de zwaarst getroffen groepen te ondersteunen.

Niemand vond dat vreemd toen Shell extra moest afdragen. Niemand sprak toen over het vernietigen van ondernemerschap. Integendeel. Veel mensen vonden het logisch dat energiebedrijven die miljarden verdienden tijdens een energiecrisis ook een grotere bijdrage leverden aan de samenleving.

Waarom zou dat principe dan niet mogen gelden voor de Surinaamse banken?

Staatsolie gaf het voorbeeld al. Sterker nog, Suriname heeft zelf recent het voorbeeld gezien van wat economische solidariteit betekent. Staatsolie heeft honderden miljoenen afgedragen aan de staat als solidariteitsbijdrage.

Een bedrag van rond de SRD 400 miljoen werd gepresenteerd als een bijdrage aan nationale stabiliteit en ondersteuning van de staatsfinanciën.Dat werd breed toegejuicht.

Terecht ook. Want Staatsolie begrijpt dat zij niet losstaat van de samenleving waarin zij opereert. Wanneer een staatsbedrijf profiteert van gunstige omstandigheden, dan mag het volk daar indirect ook de vruchten van plukken.

Maar waarom geldt die redenering dan alleen voor Staatsolie? Waarom niet voor de banken die de afgelopen jaren dankzij OMO-rentes en monetair beleid eveneens uitzonderlijke resultaten hebben geboekt?

Geld halen waar het geld zit

De regering-Simons zit vandaag financieel klem. Dat is de realiteit. De staatsfinanciën staan onder druk, terwijl tegelijkertijd de sociale noden toenemen. Armoede stijgt. Importinflatie blijft een gevaar.

De olieprijzen in de wereld blijven grillig. De gevolgen van internationale spanningen drukken op kleine importafhankelijke economieën zoals Suriname.

Dan moet een regering keuzes maken. En een verstandige regering zoekt geld daar waar het geld daadwerkelijk zit. Niet bij de kleine marktverkoper. Niet bij de ambtenaar die al nauwelijks rondkomt. Niet bij de kleine ondernemer die verdrinkt in kostenstijgingen.

Nee. Dan kijk je naar sectoren die bovengemiddeld hebben geprofiteerd van het economische systeem van de afgelopen jaren. Dat is geen straf. Dat is gezond economisch denken.

Een tijdelijke solidariteitsafdracht voor banken zou gebruikt kunnen worden voor voedselprogramma’s, ondersteuning van kwetsbare gezinnen, verlaging van sociale druk of investeringen in gezondheidszorg en onderwijs.

Daarmee vloeit een deel van de uitzonderlijke winsten terug naar de samenleving die indirect heeft geholpen die winsten mogelijk te maken.

De hypocrisie rond de verdwenen miljoenen

De discussie wordt nog pijnlijker wanneer men kijkt naar de chaos rond de Oppenheimer-leningen en de recente analyses waaruit blijkt dat honderden miljoenen Amerikaanse dollars lijken te zijn “verdampt” via fees, commissies, renteconstructies en dure financieringsdeals.

Volgens berekeningen die zijn afgeleid uit publicaties van Bureau Staatsschuld zou van de USD 1,86 miljard aan nieuwe financieringen uiteindelijk ongeveer USD 543 miljoen zijn verdwenen in kosten, commissies, rentecomponenten en andere ondoorzichtige constructies. Dat is bijna een derde van het totale bedrag.

Dat geld is niet verdwenen in de volksbuurten van Suriname. Dat geld is niet gegaan naar structurele armoedebestrijding. Dat geld is niet gebruikt om Suriname zelfvoorzienend te maken. En precies daarom voelt de bevolking zich bedrogen.

Het volk hoort jarenlang dat er “geen geld” is, terwijl tegelijkertijd enorme bedragen verdwijnen in financiële constructies, rentebetalingen en dure deals waar gewone burgers nooit van profiteren.

Banken hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid

Banken zijn geen gewone bedrijven. Zij vormen het hart van een financieel systeem. Zij profiteren van stabiliteit, regelgeving, monetair beleid en publieke instituties. Daarom hebben zij ook een bredere verantwoordelijkheid richting de samenleving.In tijden van crisis verwacht men van burgers solidariteit.

Men vraagt offers van werknemers, ondernemers en gezinnen. Dan mag de samenleving ook iets terugvragen van sectoren die uitzonderlijk goed hebben geboerd.Niemand zegt dat banken kapot belast moeten worden. Niemand zegt dat winst verkeerd is.

Maar wanneer banken recordresultaten boeken terwijl het volk verarmt, dan ontstaat automatisch de vraag hoeveel maatschappelijke verantwoordelijkheid daarbij hoort.

En eerlijk gezegd: die vraag is legitiem.

Simons staat voor een belangrijke keuze

President Simons staat nu voor een fundamentele keuze. Blijft haar regering vasthouden aan het klassieke model waarbij de lasten vooral bij de bevolking terechtkomen? Of durft zij eindelijk een deel van de economische macht aan te spreken die de afgelopen jaren uitzonderlijk heeft geprofiteerd?

Want uiteindelijk draait politiek om keuzes maken. Je kan blijven lenen. Je kan blijven schuiven met belastingen op consumptie. Je kan de bevolking blijven laten opdraaien voor inflatie en economische fouten. Maar op een bepaald moment bereikt een samenleving haar breekpunt.

Juist daarom zou een tijdelijke solidariteitsafdracht van banken niet alleen economisch verstandig zijn, maar ook politiek verdedigbaar.

Conclusie: solidariteit mag geen eenrichtingsverkeer zijn

Suriname bevindt zich in een periode waarin offers worden gevraagd van bijna iedereen. Gezinnen voelen de druk van inflatie. Ondernemers voelen stijgende kosten. Werknemers zien hun koopkracht verdwijnen. In zo’n situatie is het niet meer dan logisch dat ook sectoren die uitzonderlijk hebben geprofiteerd een extra bijdrage leveren aan de samenleving.

De Surinaamse banken hebben de afgelopen jaren geprofiteerd van een monetair systeem waarin gigantische OMO-rentes werden betaald dankzij beleid dat onder IMF-druk werd ingevoerd. Hun winsten waren historisch hoog. Dat mag benoemd worden.

En net zoals oliebedrijven in Europa extra werden belast tijdens recordwinsten, net zoals Staatsolie recent een solidariteitsafdracht deed, zo is het tijd dat ook de bancaire sector haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt.

Want solidariteit mag geen eenrichtingsverkeer zijn waarbij alleen het volk moet inleveren terwijl anderen recordwinsten boeken.

Als de regering-Simons werkelijk geld wil vinden om het arme volk te ondersteunen in moeilijke tijden, dan moet zij stoppen met zoeken waar geen geld meer is. Dan moet zij kijken waar het geld daadwerkelijk zit.

Dr. Ashwin Ramcharan RO

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Meer berichten

svb sheraldo becker
Opinie

De paspoortkwestie mag Surinaams voetbal niet verlammen

gramoxone onkruid perceel
Column

Onkruid groeit sneller dan het onderhoud kan bijhouden

ashwin ramcharan
Opinie

Hoe de ghetto politiek verslaafd werd gemaakt aan kruimels

oostwest verbinding slechte weg
Opinie

Regering Simons herhaalt hetzelfde politieke schuldpatroon van regering Santokhi

natio 1
Opinie

Natio in de knel

Simons-Rusland
Opinie

Tien maanden Simons en het spel van verwijt en stilstand

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws