De oproep van de voorzitter van een politieke partij aan De Nationale Assemblée om de Wet Enquêterecht eindelijk af te ronden, is niet nieuw.
Het is eerder een herhaling van een bekende frustratie binnen de Surinaamse democratie: wetten die essentieel zijn voor transparantie en controle blijven jarenlang liggen zonder zichtbare urgentie.
De toon van de oproep is duidelijk en scherp. Het parlement wordt aangesproken als bewaker van democratie en transparantie, met de nadruk dat het volk rekent op daadkracht.
Maar precies daar wringt het: dezelfde instellingen die geacht worden te waken over goed bestuur, slagen er structureel niet in om hun eigen instrumenten voor controle volledig te operationaliseren.
Het belang van het enquêterecht in een kwetsbaar systeem
Het enquêterecht is geen technische of symbolische wet. Het is een fundamenteel democratisch instrument dat het parlement in staat stelt om diepgaand onderzoek te doen naar beleid, besluitvorming en mogelijk misbruik van macht.
In een context zoals Suriname, waar vertrouwen in instituties regelmatig onder druk staat, is zo’n instrument geen luxe maar een noodzaak.
Het biedt niet alleen politieke controle, maar ook maatschappelijke geruststelling dat macht niet ongezien of ongecontroleerd kan functioneren.
Juist daarom is het problematisch dat de behandeling van deze wet zich al geruime tijd voortsleept. Elke vertraging voedt het gevoel dat transparantie wel wordt bepleit, maar niet consequent wordt toegepast.
Grondwet als norm, niet als slogan
Er wordt verwezen naar artikel 79 van de Grondwet, dat de controlefunctie van het parlement verankert. Maar grondwettelijke bepalingen hebben slechts waarde wanneer ze worden vertaald naar werkende wetgeving en actieve toepassing.
Wanneer essentiële wetten die deze controle mogelijk maken blijven hangen in parlementaire traagheid, ontstaat een kloof tussen juridische realiteit en politieke praktijk.
Dat is precies de ruimte waar wantrouwen groeit: niet alleen richting regering, maar ook richting het parlement zelf.
Politieke verantwoordelijkheid en geloofwaardigheid
De oproep om “niet langer op de plank te laten liggen” raakt een bredere kern: politieke verantwoordelijkheid. Volksvertegenwoordigers worden niet alleen gekozen om te spreken, maar vooral om te handelen.
Wanneer cruciale wetgeving structureel wordt uitgesteld, ontstaat de indruk dat institutionele versterking geen prioriteit is.
Dat tast de geloofwaardigheid van het parlement aan, zeker wanneer dezelfde instituties wel snel optreden bij politiek strategische of directe belangenkwesties.
Het volk kijkt niet alleen toe, het onthoudt ook
De waarschuwing dat “het volk toekijkt” en dat “de geschiedenis zal oordelen” klinkt politiek krachtig, maar is ook een realiteit.
Democratische legitimiteit wordt niet alleen bepaald door verkiezingen, maar door prestaties tussen verkiezingsmomenten in.
De vraag is dus niet alleen of de Wet Enquêterecht ooit wordt aangenomen, maar waarom een fundamenteel democratisch instrument überhaupt jarenlang kan blijven liggen zonder afronding.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








