Op 3 mei vond in Amsterdam een drukbezochte netwerkbijeenkomst plaats waar meer dan tweehonderd geregistreerde deelnemers aanwezig waren.
De bijeenkomst werd gezamenlijk georganiseerd door de Surinaamse ambassade in Nederland en de voorzitter van De Nationale Assemblée, Michael Adhin.
Centraal stond de toekomst van de relatie tussen Suriname en personen van Surinaamse afkomst in het buitenland, met bijzondere aandacht voor wetgeving, ontwikkeling en samenwerking.
Ambassadeur Ricardo Panka opende de bijeenkomst en benadrukte dat de ambassade een belangrijke brugfunctie vervult tussen Suriname en Nederland.
Volgens hem is het onderhouden van structureel contact met overheden, maatschappelijke organisaties, investeerders, studenten en ondernemers essentieel om beleid en samenwerking gericht vorm te geven.
Adhin: parlement als richtinggevend en controlerend orgaan
In zijn toespraak schetste Adhin zijn visie op de rol van het parlement en de grenzen van zijn functie als voorzitter.
Hij gaf daarbij aan dat hij niet behoort tot de uitvoerende macht, maar wel een belangrijke verantwoordelijkheid draagt in het agenderen van maatschappelijke vraagstukken, het prioriteren van wetgeving en het versterken van de parlementaire controle op de regering.
Ook benadrukte hij dat het parlement dossiers die jarenlang zijn blijven liggen opnieuw onder de aandacht kan brengen en dat het instituut zichzelf kritisch en eerlijk moet durven evalueren.
Drie lijnen voor een vernieuwde relatie met de diaspora
Tijdens de bijeenkomst presenteerde Adhin een strategische visie die hij heeft samengevat in drie samenhangende lijnen voor de toekomstige relatie tussen Suriname en de diaspora.
De eerste lijn richt zich op identiteit en verbondenheid. Volgens hem moet het uitgangspunt zijn dat de band met Suriname niet primair economisch is, maar begint bij het burgerschap en de culturele verbondenheid.
Hij stelde dat Surinamers in het buitenland vaak historisch zijn losgeraakt van het Surinaamse rechtsbestel en dat het herstel van deze relatie noodzakelijk is.
In dat kader sprak hij over een benadering waarin de diaspora niet wordt gezien als externe investeerder, maar als integraal onderdeel van de Surinaamse samenleving.
Adhin deed daarbij voorstellen die volgens hem grotendeels via beleidsbesluiten kunnen worden gerealiseerd, zonder dat direct wetswijzigingen nodig zijn.
Het gaat onder meer om een verruiming van de PSA-status, een verlenging van de geldigheidsduur en een ruimere verblijfsregeling voor personen van Surinaamse afkomst.
Ook sprak hij over fiscale faciliteiten voor remigranten en het creëren van mogelijkheden voor het verwerven van een eigen woning onder bepaalde voorwaarden.
Volgens hem moeten deze maatregelen bijdragen aan een structureel herstelde relatie tussen Suriname en zijn diaspora.
De tweede lijn richt zich op economische ontwikkeling. Adhin benadrukte dat de opkomst van de olie- en gassector weliswaar een belangrijke kans biedt voor Suriname, maar niet als einddoel moet worden beschouwd.
Hij stelde dat deze sector vooral moet dienen als middel om bredere economische ontwikkeling te financieren en te versterken.
In dat kader wees hij op sectoren zoals landbouw, watermanagement, goud, carbon credits, medische dienstverlening en ecotoerisme als belangrijke pijlers voor duurzame groei.
Daarnaast schetste hij de ambitie om Suriname te positioneren als een regionaal knooppunt voor logistiek, financiële dienstverlening, digitale infrastructuur en onderwijs.
Volgens hem kan de diaspora hierin een belangrijke rol spelen door kennis, investeringen en internationale netwerken actief te verbinden met nationale ontwikkeling.
De derde lijn heeft een langetermijnperspectief en richt zich op de ontwikkelingsrichting van Suriname richting 2050.
Adhin stelde daarbij de fundamentele vraag of het land wil blijven vertrouwen op natuurlijke hulpbronnen of deze juist wil inzetten als basis voor een meer gediversifieerde en duurzame economie.
Hij benadrukte dat de keuzes die vandaag worden gemaakt bepalend zullen zijn voor de kwaliteit van instituties, economische weerbaarheid en kennisontwikkeling in de toekomst.
Parlementaire verantwoordelijkheid en vervolg
Aan het einde van zijn toespraak benadrukte Adhin opnieuw dat zijn rol als parlementsvoorzitter ligt in het agenderen van belangrijke vraagstukken, het prioriteren van wetgeving en het versterken van de controlerende functie van het parlement.
De ideeën en voorstellen die tijdens de bijeenkomst zijn gedeeld, zullen volgens hem worden meegenomen naar Paramaribo om verder te worden betrokken bij beleids- en wetgevingsprocessen.
De bijeenkomst verliep in een interactieve en constructieve sfeer, waarbij ruimte was voor dialoog en uitwisseling van ideeën tussen sprekers en deelnemers.
Zowel de organisatie als de aanwezigen spraken van een waardevolle ontmoeting die bijdraagt aan een verdere verdieping van de relatie tussen Suriname en de diaspora.




![[Aggregator] Downloaded image for imported item #436963](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/05/DSC03342-scaled-1.jpg)


![[Aggregator] Downloaded image for imported item #436941](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/05/3cbcc296-38f2-453a-9aa7-eb8288fdf48b-scaled-1.jpg)