We praten in Suriname graag over gelijke kansen, maar op basis van gesprekken die ik regelmatig voer met mensen uit de zakenwereld kan ik moeilijk ontkennen dat etnisch profileren bij sollicitaties nog steeds voorkomt.
Werkgevers kijken in sommige gevallen niet alleen naar diploma’s en ervaring, maar ook naar afkomst en uiterlijk. En dat is problematisch.
Het klinkt hard, maar het wordt me vaker verteld. Een goed uitziende dame maakt soms meer kans op een baan dan een andere sollicitante met betere kwalificaties.
Zeker wanneer mannen de selectie bepalen, zou uiterlijk soms een grotere rol spelen dan men openlijk toegeeft.
Oneerlijk en schadelijk
Hetzelfde geldt voor afkomst. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde bevolkingsgroepen harder hun best moeten doen om dezelfde kansen te krijgen. Dat vind ik verwerpelijk.
Want werk hoort te gaan over bekwaamheid, inzet en karakter, niet over hoe je eruitziet of uit welke gemeenschap je komt.
Dat is niet alleen oneerlijk voor individuen, het schaadt ook bedrijven. Want wie talent negeert op basis van vooroordelen, laat kwaliteit liggen. Discriminatie is niet alleen moreel fout, het is ook slecht ondernemerschap.
Hiertegen moet harder worden opgetreden
Juist daarom moeten we de strijd hiertegen opvoeren. Niet met mooie slogans, maar met bewustwording, eerlijkere selectieprocedures en meer durf om misstanden te benoemen.
Want zolang afkomst of uiterlijk deuren opent of sluit, is er geen sprake van echte gelijke kansen.
Een samenleving groeit wanneer talent wint van vooroordeel. Alles daaronder is achteruitgang.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







