De recente ontwikkelingen rond de Corantijnrivier zijn volgens criticus Romeo Stienstra geen losstaand diplomatiek meningsverschil, maar onderdeel van een langdurig en strategisch proces waarbij Suriname structureel terrein verliest.
In een scherpe analyse stelt hij dat het land “blijft praten terwijl de realiteit zich stap voor stap tegen Suriname keert”.
Strategisch proces in plaats van diplomatiek geschil
Stienstra benadrukt dat de situatie rond de Corantijnrivier niet moet worden gezien als een technisch grensgeschil, maar als een bewust opgebouwde strategie.
Volgens hem is Guyana allang verder dan overleg of dialoog en bevindt het land zich in een fase van uitvoering. “Wat wij nog steeds zien als diplomatie, is in werkelijkheid al lang vervangen door actie,” stelt hij.
Hij wijst erop dat protesten tegen heffingen en administratieve maatregelen onderdeel zijn van een breder juridisch traject, waarmee Guyana op termijn een internationale rechtszaak zou kunnen voorbereiden.
In dat scenario zou Suriname worden gepositioneerd als veroorzaker van schade binnen een grenskwestie die volgens Stienstra “al lang niet meer open is in de praktijk, maar alleen nog op papier”.
Historische lijn van territoriale druk
De criticus schetst een patroon dat volgens hem al decennia zichtbaar is. Eerst de kwestie rond Tigri, waar feitelijke aanwezigheid en economische activiteiten de realiteit op de grond hebben beïnvloed.
Daarna de maritieme zone, waar Suriname volgens hem terrein heeft verloren in de context van olie- en gasontwikkeling. En nu, stelt hij, bevindt het land zich in de derde fase: de druk rond de Corantijnrivier.
“Telkens opnieuw herhaalt zich hetzelfde patroon: de ene partij handelt strategisch, terwijl de andere partij in afwachting blijft,” aldus Stienstra.
Kritiek op diplomatieke afwachtendheid
Een belangrijk punt van kritiek richt zich op de Surinaamse benadering van overleg en diplomatie. Volgens Stienstra wordt te veel vertrouwd op oude structuren, commissies en documenten, terwijl de geopolitieke realiteit intussen is verschoven.
Hij wijst erop dat zelfs signalen vanuit de Surinaamse overheid, waaronder opmerkingen over het ontbreken van een actieve grenscommissie aan Guyanese zijde, onvoldoende serieus worden genomen als strategische waarschuwing.
“Wat wij diplomatie noemen, wordt in de praktijk een vorm van zelfmisleiding wanneer het losstaat van realiteit en machtspolitiek,” stelt hij.
Oproep tot harde onderhandelingspositie
Stienstra pleit voor een veel assertievere houding van Suriname in het grensdossier. Volgens hem moet het land duidelijke voorwaarden stellen aan samenwerking en regionale projecten, zolang fundamentele grenskwesties niet zijn opgelost.
Hij stelt dat Suriname een strategisch pressiemiddel niet benut en daardoor structureel in een zwakke positie blijft. “Zonder duidelijke grensafbakening en politieke daadkracht blijft Suriname reageren in plaats van sturen,” aldus de criticus.
Waarschuwing voor structureel verlies
De analyse eindigt met een bredere waarschuwing: territoriaal verlies is volgens Stienstra niet enkel het gevolg van externe druk, maar ook van interne besluiteloosheid.
Hij stelt dat landen niet alleen grondgebied verliezen door geopolitieke tegenstanders, maar ook door gebrek aan politieke wil, strategische helderheid en maatschappelijke alertheid.
“Een land verliest niet alleen door wat anderen doen, maar vooral door wat het zelf nalaat te doen,” luidt zijn conclusie.







