De voorzitter van de Shipping Association of Guyana, Komal Singh, heeft het voorstel van Suriname verworpen om Guyana aanvullende aanvragen te laten indienen voor vrachtvaartuigen die vrijgesteld zouden worden van de recent ingevoerde hoge heffingen voor gebruik van de Corantijnrivier.
Dat melden Guyanese media.
Volgens Singh zou een dergelijke regeling leiden tot willekeur en ongelijkheid binnen de sector. Hij benadrukte dat het selectief toekennen van vrijstellingen het risico met zich meebrengt dat sommige partijen bevoordeeld worden, terwijl anderen financieel benadeeld blijven.
Zorgen over oneerlijke concurrentie
Singh wees erop dat de rivier intensief wordt gebruikt voor het transport van bouwmaterialen, houtproducten en toeristen tussen Guyana en Suriname. In dat kader acht hij het onwenselijk dat bepaalde bedrijven of schepen voorrang krijgen.
Volgens hem zou dit de concurrentie verstoren en leiden tot een ongelijk speelveld binnen de sector, waarbij niet alle marktpartijen onder dezelfde voorwaarden opereren.
Diplomatiek overleg noodzakelijk
De Surinaamse regering heeft Guyana publiekelijk opgeroepen om via diplomatieke kanalen vrijstellingen aan te vragen voor extra schepen. De Guyanese autoriteiten hebben zich vooralsnog terughoudend opgesteld in hun publieke communicatie hierover.
De regering onder leiding van Jennifer Geerlings-Simons heeft daarbij aangegeven dat schepen die opereren voor de Guyana Sugar Corporation al geruime tijd zijn vrijgesteld van dergelijke heffingen.
Desondanks blijft Singh bij zijn standpunt dat Guyanese vaartuigen die goederen vervoeren, zoals steenslag en hout, geen heffingen zouden moeten betalen voor gebruik van de rivier.
Oproep tot opschorting van heffingen
De SAG-voorzitter schaart zich achter oproepen vanuit andere organisaties in de private sector in Guyana om het geschil via diplomatiek overleg op te lossen.
Hij deed een nadrukkelijke oproep aan Suriname om de heffingen tijdelijk op te schorten, zodat de handel zonder extra kosten kan doorgaan. Volgens Singh is er sprake van wederzijds voordeel, aangezien beide landen profiteren van de economische activiteiten op de rivier.
Kosten en impact op handel
Volgens de Upper Corentyne Chamber of Commerce and Industry omvatten de heffingen onder meer een bedrag van US$ 2.500 per reis voor een zogenoemde pilotlicentie, evenals makelaarskosten tussen US$ 1.000 en US$ 1.500. Daarnaast liggen de kosten voor transport van steenslag en andere producten tussen US$ 1,00 en US$ 1,50 per ton, afhankelijk van de lading.
De voorzitter van de UCCI, Krishnand Jaichand, bevestigde dat Guyanese schepen in het verleden al verplicht waren om licentiekosten te betalen voor het gebruik van de Corantijnrivier.
Historische en juridische context
Ook Aashna Kanhai, advocaat en voormalig ambassadeur van Suriname, gaf recent aan dat dergelijke heffingen teruggaan tot de regeerperiode van Desi Bouterse.
Volgens haar wijst het feit dat eerder vrijstellingen zijn aangevraagd erop dat Guyana zich bewust is van deze verplichtingen.
Voorzichtige opening voor alternatief model
Hoewel Singh zich kritisch opstelt tegenover de huidige heffingen, sluit hij een mogelijk alternatief in de vorm van een beperkte vaste vergoeding niet volledig uit.
Hij benadrukt echter dat een dergelijk model zorgvuldig moet worden onderzocht, om te voorkomen dat de kosten uiteindelijk worden doorberekend aan consumenten.
Volgens Jaichand spelen de maatregelen mogelijk ook een rol in de bescherming van Surinaamse bedrijven die steenslag exporteren naar Guyana.
Doordat deze bedrijven mogelijk niet met dezelfde kosten worden geconfronteerd, zouden Guyanese producenten moeilijker kunnen concurreren op de markt.







