Tijdens een recent persmoment heeft minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur nadere toelichting gegeven op zijn dienstreis naar Ghana.
Samen met een delegatie bracht hij een bezoek aan het Design Technology Institute, een opleidingsinstituut dat zich kenmerkt door een sterk praktijkgerichte aanpak, waarbij meer dan 85% van het onderwijs uit praktijktraining bestaat.
Volgens de minister biedt deze samenwerking perspectieven voor het trainen van Surinaamse studenten en leerkrachten, met name met het oog op de groeiende vraag naar vaardigheden binnen de olie- en gassector.
Rapportage en vervolgbesluiten
Er wordt momenteel gewerkt aan een uitgebreide rapportage die zal worden aangeboden aan president Jennifer Simons. Op basis daarvan zullen besluiten worden genomen over het aantal studenten en docenten dat mogelijk naar Ghana wordt uitgezonden.
Currie benadrukte dat eerst zorgvuldig wordt vastgesteld welke opleidingen lokaal in Suriname kunnen worden verzorgd en voor welke vakgebieden internationale ondersteuning noodzakelijk is.
Focus op olie en gas, maar ook diversificatie
Hoewel de nadruk ligt op voorbereiding op de olie- en gassector, wees de minister erop dat deze industrie op lange termijn niet duurzaam is. Daarom wordt gelijktijdig ingezet op economische diversificatie.
Er wordt onder meer gekeken naar versterking van sectoren zoals de creatieve industrie, hospitality en ondernemerschap.
Het doel is om een bredere en toekomstbestendige economische basis te creëren, die ook na de olie- en gasperiode standhoudt.
Inspiratie voor onderwijsvernieuwing
Het onderwijsmodel in Ghana dient volgens Currie als inspiratiebron voor Suriname, vooral vanwege de nadruk op praktijkgericht leren en het gebruik van “facilitators” in plaats van traditionele docenten.
Schooldirecteuren maakten deel uit van de delegatie, zodat zij actief kunnen bijdragen aan de mogelijke implementatie van deze aanpak binnen het Surinaamse onderwijssysteem.
Vragen vanuit De Nationale Assemblée
De dienstreis heeft inmiddels ook politieke aandacht getrokken. Assembleelid Mahinder Jogi van de Vooruitstrevende Hervormings Partij heeft president Simons om opheldering gevraagd over het bezoek.
In een formeel schrijven, gebaseerd op artikel 86 van het Reglement van Orde, stelt Jogi dat er onduidelijkheid bestaat over onder meer het doel en de noodzaak van de reis.
Hij gaf aan dat er binnen de Raad van Ministers wel goedkeuring zou zijn verleend, maar dat nadere informatie ontbreekt.
Het Assembleelid heeft de regering gevraagd om duidelijkheid te verschaffen over het doel van de reis, de duur ervan, de samenstelling van de delegatie en de totale kosten.
Volgens hem is transparantie essentieel, zeker wanneer het gaat om dienstreizen die met publieke middelen worden gefinancierd.







