Minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) laat er geen misverstand over bestaan: de overheid tolereert geen occupatie van gronden.
In theorie klinkt dat daadkrachtig. In de praktijk roept het vooral vragen op. Want als het probleem werkelijk onder controle is, waarom blijven dergelijke gevallen zich landelijk voordoen?
Symptoom van een falend systeem
Volgens de minister ontvangt hij regelmatig brieven van burgers over dubbele aanvragen en uitgiften van grond. Dat betekent dat meerdere personen aanspraak maken op hetzelfde perceel — een probleem dat niet incidenteel, maar structureel lijkt.
De vraag dringt zich op: hoe kan een systeem dat geacht wordt rechtszekerheid te bieden, zulke fundamentele fouten blijven maken?
Wanneer burgers niet zeker weten of een stuk grond daadwerkelijk van hen is, ontstaat er ruimte voor conflicten, wantrouwen en uiteindelijk: occupatie.
Occupatie als gevolg, niet als oorzaak
De overheid positioneert occupatie vaak als een illegale daad die streng moet worden aangepakt. Dat is juridisch begrijpelijk, maar maatschappelijk te simplistisch.
Want waarom nemen mensen überhaupt het risico om grond te bezetten? In veel gevallen is het een uiting van frustratie over trage procedures, onduidelijke regelgeving of het gevoel dat toegang tot grond niet eerlijk verloopt.
Zolang die onderliggende problemen niet worden aangepakt, blijft handhaving slechts symptoombestrijding.
Dubbele uitgifte: administratieve fout of systeemfout?
Het feit dat het ministerie moet onderzoeken wie “als eerste heeft aangevraagd” en waarom meerdere bereidverklaringen voor dezelfde grond zijn afgegeven, wijst op ernstige tekortkomingen in de administratie en controlemechanismen.
Dat dergelijke fouten achteraf moeten worden “teruggedraaid”, zoals de minister aangeeft, ondermijnt het vertrouwen van burgers in het systeem.
Rechtszekerheid betekent dat je niet jaren later hoeft te vrezen dat jouw perceel alsnog wordt betwist.
De burger als vragende partij
Opvallend is dat burgers die zich benadeeld voelen zelf brieven moeten schrijven om een onderzoek op gang te brengen.
Dat roept de vraag op: waar is de proactieve rol van de overheid? Waarom worden mogelijke fouten niet eerder opgespoord en gecorrigeerd voordat ze escaleren tot conflicten of mediacases?
Het grondvraagstuk raakt aan de kern van ontwikkeling in Suriname. Zonder transparant en betrouwbaar grondbeleid stagneert niet alleen woningbouw, maar ook investeringen en economische groei.
Bovendien vergroot het de kloof tussen burger en overheid. Wantrouwen in gronduitgifte kan leiden tot sociale spanningen en juridische conflicten die jaren kunnen aanslepen.
Tijd voor meer dan alleen handhaving
De stevige woorden van de minister zijn begrijpelijk, maar onvoldoende. Wat nodig is, is een fundamentele hervorming van het grondbeleid: digitalisering van registraties, transparante procedures en duidelijke communicatie naar burgers.
Zonder die stappen blijft de cyclus zich herhalen: fouten in uitgifte, frustratie bij burgers, occupatie als gevolg en vervolgens repressief optreden van de overheid.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








