De kwaliteit van veel muziekbands in Suriname laat ernstig te wensen over. Die harde conclusie trekt Suriname-analist R. Pinas in een gesprek met GFC Nieuws Lifestyle.
Volgens hem is er sprake van een grote puinhoop wanneer wordt gekeken naar het niveau van zang en muziekproductie in het land.
Hij stelt dat in Suriname vrijwel iedereen zich tegenwoordig zanger of zangeres kan noemen, zelfs wanneer iemand volgens hem duidelijk vals zingt.
Daardoor ontstaat er volgens de analist een situatie waarin de lat voor kwaliteit extreem laag ligt en slechte muziek toch een podium krijgt.
“Men rommelt maar wat aan”
Volgens de waarnemer is het probleem dat veel artiesten simpelweg maar wat aanrommelen zonder echt te letten op muzikaal niveau of professionele productie. Hij zegt dat het publiek daar vaak in meegaat omdat velen niet kritisch kijken naar kwaliteit.
“Men rommelt veelal maar wat aan en omdat de meesten in Suriname niet letten op de kwaliteit of beter gezegd niet beter weten, ervaart men het als mooi of van hoge waarde,” zegt hij.
Volgens de analist is bij een groot deel van de bands sprake van slecht gekozen muziek, zwakke arrangementen en zang die regelmatig vals klinkt.
Hij gaat zelfs nog een stap verder in zijn kritiek. “Het is bij de meeste muziekbands simpelweg een rotzooi van slecht gekozen muziek die vaak ook nog met valse zang wordt gemaakt. Het is meestal niet om aan te horen.”
Vergelijking met buitenland
Pinas, die het grootste deel van zijn leven in de Verenigde Staten en Europa heeft gewoond, zegt dat het verschil met het internationale niveau volgens hem groot is.
Daar ligt de nadruk volgens hem veel sterker op muzikaliteit, discipline en professionele training.
Tegelijk erkent hij dat smaak subjectief is. “Over smaak kun je moeilijk ruzie maken. Maar de rotzooi liederen die ik hoor, nee, het is meestal vreselijk. Wat een smaak, wat een rommel,” aldus de analist.







