Met de onthulling van het naambord Directoraat Burgerzaken is vrijdag een belangrijke stap gezet in de verdere ontwikkeling van de burgeradministratie in Suriname.
De ceremonie vond plaats in aanwezigheid van de minister en het directieteam van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa), evenals medewerkers van het voormalige Centraal Bureau voor Burgerzaken (CBB).
Met deze stap krijgt het CBB, zoals het jarenlang bekend stond binnen de samenleving, voortaan een nieuwe naam en organisatorische positie: Directoraat Burgerzaken.
Tijdens de gelegenheid werden niet alleen het naambord en een plakkaat onthuld, maar ook twee onderdirecteuren geïntroduceerd. Daarnaast werd het nieuwe logo gepresenteerd, samen met de slogan “A Tori Kenki En W’e Go Doro.”
Minister Bee: “Het is een gezamenlijk resultaat”
Minister Marinus Bee benadrukte tijdens zijn toespraak dat het bereiken van dit moment niet het resultaat is van één persoon, maar van gezamenlijke inspanningen van de staf van het ministerie en het personeel van het CBB.
Volgens de bewindsman blijft het directoraat organisatorisch onderdeel van het ministerie.
“Hoewel het CBB nu het Directoraat Burgerzaken is geworden, blijft het onderdeel van BiZa. Het is één ministerie. Dat gaan we niet kunnen loskoppelen.”
Bee gaf verder aan dat bij de selectie van de drie onderdirecteuren nadrukkelijk is gekeken naar deskundigheid en ervaring binnen de organisatie, en niet naar politieke voorkeur.
Volgens hem is gekozen voor personen die de organisatie goed kennen en staan voor kwaliteit, professionalisme, rechtszekerheid en deskundigheid.
Oproep tot verantwoordelijkheid en leiderschap
Onderminister Kelvin Koniki stond stil bij de belangrijke rol van het personeel binnen het directoraat.
Volgens hem moeten medewerkers zich dagelijks bewust zijn van de betekenis van hun werk voor de samenleving.
“Medewerkers moeten elke dag naar hun werk komen met het besef dat hun werk belangrijk is.”
Hij benadrukte dat leiderschap niet alleen een functie is, maar een proces. Daarmee bedoelde hij dat medewerkers niet alleen moeten wachten op instructies van bovenaf, maar ook zelf initiatief en verantwoordelijkheid moeten nemen.
Succes afhankelijk van inzet personeel
Directeur Mohamad Eskak gaf aan dat het directoraat zich momenteel in een transitiefase bevindt.
Volgens hem zal het uiteindelijke succes van de organisatie afhangen van de inzet van iedere medewerker.
“Nu zitten jullie in een transitiefase waarbij het succes afhangt van de inzet, ijver en volharding van eenieder. Op basis daarvan moet het Directoraat Burgerzaken straks zijn stempel drukken.”
Ook districtscommissaris Ruchsana Ilahibaks sprak de hoop uit dat deze transitie zal leiden tot positieve verandering, professionalisering en modernisering, waardoor de dienstverlening aan de samenleving verder zal verbeteren.
Historisch moment na lange ontwikkelingsperiode
Materiedeskundige Anton Paal plaatste het moment in een bredere historische context. Tijdens zijn toespraak maakte hij een vergelijking met het symbolische getal veertig uit de Bijbel, dat vaak staat voor een periode van voorbereiding, beproeving en verandering.
Volgens Paal heeft het ongeveer veertig jaar geduurd voordat het CBB uiteindelijk de status van directoraat heeft bereikt.
Hij verwees daarbij naar het Bijbelse verhaal van de oude profeet Simeon, die volgens de Bijbel het kind Jezus zag en uitriep: “Heer, laat uw dienaar nu in vrede heengaan, want mijn ogen hebben uw heerlijkheid gezien.”
Met deze verwijzing gaf Paal aan dat hij na decennia van ontwikkeling en inspanningen het moment heeft mogen meemaken waarop het CBB is uitgegroeid tot een directoraat.
Noodzakelijke stap voor groeiende organisatie
Tijdens de toespraak van de directie werd benadrukt dat de stap naar een directoraat noodzakelijk was.
De organisatie is volgens de leiding te groot en te belangrijk geworden om slechts als afdeling te functioneren.
De nieuwe structuur is het resultaat van een langdurig traject en intensieve samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Daarbij werd ook waardering uitgesproken voor het personeel dat volgens de leiding een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan deze ontwikkeling.
Tegelijkertijd werd benadrukt dat het werk nu pas echt begint.
“We moeten ons nog bewijzen. Dat betekent dat we vanaf nu nog harder zullen moeten werken.”







