DNA-lid Ameerani Jarbandhan (VHP) heeft krachtens artikel 86 van het Reglement van Orde een brief met schriftelijke vragen gericht aan de president van de Republiek Suriname, waarin zij ernstige zorgen uit over de recente verlaging van de goudroyalty en de aanpak van goudsmokkel.
Aanleiding voor de vragen is de bekendmaking van de president in een radioprogramma dat het Besluit Royalty ter zake Goud en Exploitatie van Bouwmaterialen is gewijzigd van 5,5 naar 4,5 procent, met als doel goudsmokkel tegen te gaan.
De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) reageerde hierop met verbazing en afkeuring. Volgens de VES wordt met deze maatregel goudsmokkel feitelijk beloond, terwijl het om een strafbaar economisch delict gaat dat de samenleving schaadt.
Goudsmokkel is een economisch delict
Jarbandhan benadrukt dat goudsmokkel wettelijk een criminele daad is die streng bestreden dient te worden. Zij vraagt de president expliciet of hij het eens is met de VES dat ondernemers die zich hieraan schuldig maken niet tegemoetgekomen, maar juist aangepakt moeten worden.
In haar schrijven wijst Jarbandhan op de sterke stijging van de internationale goudprijs, die inmiddels boven de USD 155.000 per kilo ligt — meer dan twee keer zo hoog als enkele jaren geleden — terwijl de productiekosten nauwelijks zijn gestegen. Dit leidt volgens haar tot woekerwinsten, zonder dat de staat hiervan voldoende profiteert.
Zij verwijst daarbij naar het Financieel Jaarplan 2026, waarin wordt vastgesteld dat de royalty-afdrachten uit de kleinschalige goudsector in het eerste halfjaar van 2025 zijn gedaald ten opzichte van 2024, ondanks recordhoge goudprijzen. Dit wijst volgens Jarbandhan op ernstige tekortkomingen in de controlemechanismen.
Zorgen over verdere verzwakking staatsfinanciën
Het DNA-lid stelt de vraag of de president erkent dat de verlaging van de royalty de financieel-economische positie van de staat verder verzwakt, waardoor minder middelen beschikbaar zijn voor essentiële sectoren zoals gezondheidszorg, onderwijs en bejaardenzorg.
Jarbandhan vraagt de president welk beleid zal worden gevoerd indien blijkt dat de verlaging van de royalty niet leidt tot hogere staatsinkomsten. Zij wil weten of de regering dan opnieuw zal overgaan tot een verdere verlaging, of juist zal kiezen voor een hardere aanpak van goudsmokkelroutes.
Oproep tot versterking controle en bestrijding smokkelroutes
Tot slot vraagt zij welke concrete maatregelen de regering overweegt om goudsmokkel daadwerkelijk een halt toe te roepen, waaronder het invoeren en versterken van controlemechanismen zoals genoemd in het Financieel Jaarplan 2026.
Ook verzoekt zij de president inzicht te geven in andere belangrijke smokkelroutes, naast Guyana, Frans-Guyana en Brazilië.
Volgens Jarbandhan dreigt zonder een effectieve aanpak sprake te blijven van “dweilen met de kraan open”.







