Volgens interne bronnen uit de telecomsector betaalt de Surinaamse overheid al sinds 2013 tot heden maar liefst 1.768 mobiele telefoonabonnementen voor diverse ministeries zonder enige vorm van controle, noodzakelijkheidstoets of administratieve verificatie.
Critici spreken van een “ingesleten cultuur van misbruik” die het land al jarenlang miljoenen kost.
Wat ooit bedoeld was als een faciliteit voor topfunctionarissen, is volgens de bronnen uitgegroeid tot een ondoorzichtige structuur van ongecontroleerd gebruik. Kritiek richt zich op het volledig ontbreken van monitoring:
-
Niemand verifieert wie een toestel bezit.
-
Niemand vraagt waarom het toestel is uitgegeven.
-
Niemand controleert of de gebruiker nog in dienst is.
-
In sommige gevallen bestaat de naam niet eens meer in de administratie.
Volgens de bronnen worden telefoons al jaren door allerlei personen gebruikt die geen enkele relatie meer hebben met de overheid:
ex-medewerkers, overgeplaatste of gepensioneerde ambtenaren, vrienden of familieleden van politici, en zelfs personen die nooit formeel zijn vastgelegd in het systeem.
Financiële schade loopt vermoedelijk in de honderden miljoenen
Critici stellen dat de totale openstaande schuld rond de mobiele telefoonnummers vermoedelijk neerkomt op SRD 734.685.000.
Alleen al bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken zou een schuld van SRD 244 miljoen zijn opgebouwd. Volgens kenners is dit geen toeval, maar het gevolg van structureel falende administratie en jarenlang wanbeheer.
Daarbij wijzen zij op excessen, waaronder functionarissen die langdurig en intensief bellen vanuit het buitenland, volledig op kosten van de staat.
Hoe heeft dit 12 jaar kunnen duren?
Critici stellen scherpe vragen bij het uitblijven van ingrijpen:
“Hoe kan het dat vermoedelijk 1.768 telefoonnummers in twaalf jaar tijd nooit zijn opgeschoond?
Waarom is er nooit een overzicht gemaakt van wie deze toestellen precies gebruikt?
En waarom heeft geen enkele minister — van welk kabinet dan ook — dit probleem durven of willen aanpakken?”
Volgens hen gaat het om publiek geld, geld van de Surinaamse samenleving, dat jarenlang zonder toezicht is weggelekt. De situatie zou symbool staan voor een dieper, systemisch probleem binnen het overheidsapparaat.







