In het hart van Paramaribo staat een synagoge pal naast een moskee. Geen spanningen, alleen gebed en wederzijds respect.
Voor Surinamers is dat normaal. In een wereld waar religieuze spanningen toenemen, laat Suriname al generaties zien dat verschil geen bedreiging hoeft te zijn, zolang het Surinaamse belang maar voorop blijft.
Dat contrast wordt gisteren opnieuw pijnlijk duidelijk. Op de luchthaven van Valencia worden meer dan vijftig Joodse jongeren, die terugkeren van een zomerkamp, uit een vliegtuig van Vueling gezet.
De maatschappij noemt het ‘ongepast gedrag’, maar critici spreken van antisemitisme.
Een begeleider wordt zelfs gearresteerd. Eerder deze week mochten Joodse toeristen in Griekenland niet van boord op het eiland Syros en werden anderen belaagd op Rhodos.
In Dublin stijgen antisemitische incidenten, waaronder de mishandeling van een Joodse student in een club.
Suriname kent die vijandigheid niet. Al sinds de 17e eeuw wonen Joden hier, eerst in Jodensavanne, later verspreid over het land.
Ze maken deel uit van het sociale weefsel. Hier mag je geloven wat je wil, zolang je vreedzaam samenleeft. Dat is onze kracht.
We zijn misschien een klein land, maar op het vlak van tolerantie staan we groot.
Terwijl elders deuren dichtgaan voor Joden, blijft Suriname open, niet als toevluchtsoord, maar als samenleving waarin ruimte is voor álle mensen die in vrede willen leven.