De recente petitie van de Saamaka-gemeenschappen uit Goejaba legt een pijnlijk en structureel probleem bloot: in Suriname worden nog steeds besluiten genomen over inheems en tribaal land zonder de mensen die er wonen serieus te betrekken.
De geplande mijnbouwactiviteiten in het traditioneel Saamaka-gebied ten zuiden van de Kleine Saramaccarivier zijn geen op zichzelf staand incident, maar onderdeel van een patroon waarin economische belangen zwaarder lijken te wegen dan mensenrechten.
FPIC is geen gunst, maar een verplichting
Vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC) is geen vrijblijvende beleidskeuze van de staat.
Het is een juridische verplichting, vastgelegd in internationale verdragen, bevestigd in het Saamaka-vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens en verankerd in de geest van het Surinaams recht. Toch wordt deze verplichting in de praktijk keer op keer genegeerd.
Wanneer concessies worden uitgegeven zonder instemming van de traditionele gezagsdragers en gemeenschappen, handelt de staat niet alleen onzorgvuldig, maar ook onrechtmatig.
Leefgebied is geen lege grond
Voor de Saamaka-gemeenschappen is Goejaba geen abstract gebied op een concessiekaart. Het is leefruimte. Het is voedselvoorziening, cultureel erfgoed, spirituele grond en bestaanszekerheid in één.
Goudmijnactiviteiten bedreigen waterbronnen, gezondheid, biodiversiteit en sociale structuren. De schade is vaak onomkeerbaar, terwijl de baten zelden terechtkomen bij de gemeenschappen zelf.
Het structureel wegzetten van traditioneel leefgebied als “onbenut land” is een koloniale denkwijze die anno nu geen plaats meer mag hebben.
Transparantie ontbreekt, vertrouwen brokkelt af
De roep om volledige openheid over verleende concessies is meer dan terecht. Gebrek aan transparantie voedt wantrouwen en vergroot spanningen tussen overheid en gemeenschappen.
Als de staat werkelijk gelooft in participatie en rechtsstatelijkheid, dan begint dat bij openheid, dialoog en respect voor traditionele autoriteiten.
Formeel overleg achteraf is geen consultatie. Het is schadebeperking.
Dat de Saamaka-gemeenschappen zich verenigd en waakzaam verklaren, is geen dreiging, maar een noodzaak. Wanneer instituties falen, resteert zelfbescherming.
De oproep aan nationale en internationale mensenrechtenorganisaties onderstreept hoe ernstig de situatie is en hoe beperkt het vertrouwen in interne correctiemechanismen inmiddels is geworden.
Een staat die pas luistert wanneer internationale druk wordt opgevoerd, moet zich afvragen waar het intern is misgegaan.
De kernvraag die blijft liggen
De fundamentele vraag is simpel maar confronterend: Wil Suriname een rechtsstaat zijn waarin rechten van inheemse en tribale volken daadwerkelijk worden gerespecteerd, of slechts op papier erkend?
Zolang economische kortetermijnbelangen structureel boven mensenrechten worden geplaatst, blijft het antwoord pijnlijk duidelijk.
Sandra Maayen
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








