In Suriname wordt de bus vooral gebruikt door mensen zonder auto. Voor velen betekent met de bus gaan dat je geen financiële middelen hebt voor eigen vervoer.
Privévervoer heeft een hoge status. Een auto wordt gezien als bewijs dat je het gemaakt hebt. Wie met de bus reist, riskeert gezien te worden als minder succesvol.
Maar bij aankomst op Schiphol verandert alles. Veel van dezelfde Surinamers stappen daar probleemloos in de trein of bus naar hun eindbestemming.
Het voelt niet ongemakkelijk, want in Nederland heeft het ov een ander imago. Ministers en ambtenaren reizen er gewoon mee.
Oud-premier Mark Rutte fietste vaak naar zijn werk. De trein of metro nemen is daar eerder slim dan gênant.
GFC Nieuws Lifestyle sprak met Patricia Wong, trendwatcher en oud-inwoner van Nederland. Volgens haar spelen meerdere factoren een rol.
“Het ov in Nederland is schoon, punctueel en sociaal geaccepteerd. Je wordt er niet op aangekeken als je het gebruikt. Dat is in Suriname wel anders.”
Ook de cijfers ondersteunen dat het ov in Nederland volop in ontwikkeling is.
Hoewel de auto nu goed is voor 68% van alle reizigerskilometers, tegenover 12,6% voor het ov, verwacht het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) dat treinvervoer tot 2029 het snelst groeit van alle vervoersvormen. Vooral in de Randstad is de trein vaak even snel als de auto.
In Suriname blijft het ov achter. Slechte service, oncomfortabele bussen en sociale druk zorgen voor terughoudendheid.
Volgens Wong is verandering alleen mogelijk als Suriname durft te investeren in kwaliteit én een mentaliteitsverandering.