Het gebeurt aan veel Surinaamse keukentafels. De pan roti staat een nacht in de koelkast, en de volgende dag is iedereen het erover eens.
Deze smaakt beter dan gisteren. Dieper, zachter, meer in balans. Waarom gebeurt dit?
Smaken krijgen rust
Roti bestaat uit veel onderdelen die tijd nodig hebben om elkaar te vinden. Masala, ui, knoflook, peper, aardappel, kousenband en kip liggen in het begin vooral naast elkaar.
Tijdens het afkoelen en rusten trekken smaken langzaam in elkaar. Scherpe randjes verdwijnen, terwijl kruidige en hartige tonen juist sterker worden. Daardoor smaakt alles ronder en minder druk.
Vet draagt smaak
De olie en het vet uit de saus en de kip houden geur en smaak vast. Als roti een nacht staat, krijgen die aroma’s de kans zich te verspreiden door het gerecht.
Bij het opwarmen komen ze gelijkmatiger vrij. Dat verklaart waarom de geur van roti van gisteren vaak meteen honger opwekt.
Textuur verandert subtiel
Aardappel en roti bevatten veel zetmeel. Na afkoeling verandert de structuur een beetje. Het gerecht wordt steviger en voelt meer samenhangend aan. Voor veel mensen maakt juist die bite het extra lekker.
Opwarmen maakt het af
Wie roti in een pan opwarmt, krijgt er nog iets extra’s bij. De saus warmt rustig door en aan de randen kunnen lichte geroosterde smaken ontstaan. Dat geeft die typische comfort food beleving waar roti om bekendstaat.
Een kleine kanttekening
Bewaar roti altijd goed gekoeld en eet restjes binnen een paar dagen. Warm het gerecht goed door, dan geniet je veilig van wat voor velen de beste versie van roti is.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







