De minister van GBB heeft besloten het grondhuurrecht van de heer Sandiep Seemangal bij de aanmeersteiger te Leonsberg in te trekken “in het algemeen belang”.
Daarmee zouden zowel het perceel als het looppad naar de steiger weer volledig “terugkeren in de boezem van de Staat”.
Een forse ingreep, die direct raakt aan de rechtspositie van een burger. Maar wie dit besluit legt naast het Decreet Uitgifte Domeingrond (S.B. 1982 no. 11) ziet al snel dat deze intrekking juridisch op losse schroeven staat.
Laten we het eenvoudig houden. Het Decreet bepaalt duidelijk wanneer een grondhuurrecht kan worden
ingetrokken. Dat kan alleen als:
1. de grond niet wordt gebruikt overeenkomstig de voorwaarden;
2. de grondhuurder de wet of de uitgiftevoorwaarden schendt;
3. er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang dat intrekking écht noodzakelijk maakt.
In het geval van Seemangal is geen van deze drie zaken aangetoond door deze minister. Seemangal heeft
geen regels overtreden, geen voorwaarden geschonden en geen schade veroorzaakt.
De enige reden die de minister geeft, is dat het publiek via zijn perceel over het looppad naar de steiger loopt. Maar dat pad bestaat al decennialang en was volledig bekend voordat de overheid het perceel op 14 mei 2025 – vlak voor de verkiezingen – aan Seemangal uitgaf.
Als de overheid het pad toen geen probleem vond, is het ongeloofwaardig dat het nu ineens een reden is
om het hele perceel terug te pakken. Dat noemen juristen willekeur, en dat is precies wat het Decreet wil
voorkomen.
Het Decreet verplicht de overheid bovendien eerst te onderzoeken of lichtere maatregelen
mogelijk zijn, zoals:
• een erfdienstbaarheid voor publiek gebruik,
• een alternatieve toegang tot de steiger,
• een gedeeltelijke wijziging van de grenzen.
Intrekking is het zwaarste middel, dat alleen mag worden ingezet als er geen andere optie meer is. Dat
onderzoek ontbreekt volledig.
Dan de vraag naar schadevergoeding. De intrekkingsbeschikking zegt dat Seemangal “geen recht heeft op
compensatie”. Dat lijkt stoer, maar is juridisch niet houdbaar.
Het Decreet Uitgifte Domeingrond verbiedt niet dat de overheid bij intrekking schade moet vergoeden. Sterker nog, volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft een burger die zijn recht verliest door toedoen van de overheid vaak wél recht op compensatie — zeker wanneer hij geen fout heeft gemaakt en te goeder trouw heeft gehandeld.
De overheid kan dat recht niet zomaar met één zin wegstrepen.
Kortom: deze intrekking is slecht gemotiveerd, disproportioneel en in strijd met het Decreet Uitgifte Domeingrond. En ja — Seemangal heeft een sterke grond om schadevergoeding te eisen.
Johan Blomhof
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








