VIDS blijft pleiten voor tweetalig onderwijs

GFC NIEUWSREDACTIE- De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) doet in het kader van de Internationale Dag van de Moedertaal op 21 februari opnieuw een beroep op de regering, politieke partijen en alle onderwijsinstanties om het tweetalig onderwijs op te nemen in hun beleid.

Uit wetenschappelijk onderzoek over de hele wereld blijkt dat het tweetalig onderwijs grote voordelen biedt. De prestaties van kinderen worden beter, als de leerling eerst zijn of haar taal goed leert.

Het leren van een tweede taal wordt hierdoor makkelijker. Ook krijgen ze meer zelfvertrouwen en hebben ze toegang tot meer informatie en kansen door meer talen en culturen te leren.

“Het tweetalig onderwijs zal kostenbesparend zijn voor de overheid, omdat er minder zittenblijvers en drop-outs zullen zijn. Het kan zelfs bijdragen aan het voorkomen of verminderen van alcohol- en drugsgebruik onder jongeren”, zegt VIDS.

Suriname is een van de weinige landen in Zuid-Amerika waar tweetalig onderwijs nog geen onderdeel uitmaakt van het officiële beleid ten aanzien van de Inheemse volken.

De Internationale Dag van de Moedertaal is door de UNESCO ingesteld om de diversiteit van de talen en culturen in de wereld en meertalig onderwijs te bevorderen.

Er wordt geschat dat acht Surinaamse talen worden bedreigd met uitsterving (UNESCO World Atlas). Dit zijn allemaal Inheemse talen, namelijk Kali’na (of Kari’na, Karaibs), Lokono (Arowaks),Trio, Wayana, Akuriyo, Mawayana, Sikiiyana en Tunayana/Katuena.

De VIDS wijst erop dat Inheemse volken beschikken over de oudste kennis van de natuur in Suriname en weten hoe deze het beste beschermd kan worden. Een groot deel van deze kennis ligt besloten in de taal. Met het verdwijnen van de taal, gaat ook de kennis verloren.

De VIDS doet ook een beroep op alle (groot)ouders om de eigen taal thuis te spreken en over te dragen aan hun (klein)kinderen. “Taki yu tongo, kibri yu koni”, klinkt het motto van de VIDS.

Galibi heeft deze boodschap goed begrepen. “Onze ouders blijven de kinderen de Kali’na taal aanleren en dat is de reden waarom de taal is behouden”, zegt Selowin Alamijawari, dorpshoofd van Langamankondre dat samen met Christiaankondre bekend staat als Galibi. Daar wordt de Kali’na taal door jong en oud gesproken.

Alamijawari herinnert zich dat tien jaar terug de leerkrachten in Galibi ook in de Kali’na taal lessen verzorgden. De leerprestatie van de kinderen verhoogde.

De onderwijzers waren plaatselijke mensen maar werden overgeplaatst naar andere plekken in het land. Hierdoor wordt er in Galibi geen onderwijs meer in Kali’na verzorgd.

Het dorpshoofd beaamt dat de taal wordt bedreigd. Jongeren die verder naar school moeten in Paramaribo of moeten werken in de hoofdstad zullen daar vaker het Nederlands of Sranantongo praten.

Dat maakt dat overdracht van de Kali’na taal in gevaar komt. “Daarom blijf ik erbij dat wij als ouders verantwoordelijk zijn voor het behoud van onze taal”, zegt Alamijawari.

Sergio Jubithana, hoofdbasya van Hollandse Kamp, zegt dat een van de redenen dat de taal nauwelijks wordt gesproken onder de Arowakken is dat de kinderen geen Arowaks mogen praten op school.

Vroeger werd hen dat thuis ook verboden, omdat ouders dachten dat de kinderen dan beter Nederlands zouden leren praten en het dan ook beter zouden doen op school.

In Hollandse Kamp is sinds 2019 samen met VIDS een project gestart voor heropleving van de Arowakse taal.

De hoofdbasya die ook de coordinator is van dit project wil samen met de Lokono taalkenners Eugene Aramake van Hollandse Kamp en Clyde Biswane van Kurupa (Matta) anderen aansporen om de taal weer te praten.

Aramake heeft eerder in Nederland een Arowaks woordenboek uitgegeven.

Jubithana vertelt dat ouderen zijn geïnterviewd over zes onderwerpen die tijdens sessies in Hollandse Kamp aan cursisten behandeld zullen worden.

Het gaat om zaken zoals mierenproef, kostgrond en bosdieren zodat taal en traditionele kennis overgedragen worden “We zullen de mensen niet alles van de taal leren, maar de bedoeling is om ze aan te sporen om zich verder te verdiepen in de Lokono taal”, zegt de hoofdbasya.

Hij streeft er ook naar om een app te ontwikkelen voor vertaling van Nederlandse woorden naar het Arowaks. Dat kunnen de mensen gebruiken om met elkaar in de Lokono taal te whatsappen.

Overige berichten