Om de verkeersveiligheid te versterken en de duidelijkheid rond aansprakelijkheid te verbeteren, heeft de Commissie van Rapporteurs (CvR) zich gebogen over voorgenomen wijzigingen van de Rijwet 1971 en de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.
Daarbij is ook de verzekeringsplicht van voertuigen besproken, met bijzondere aandacht voor elektrische voertuigen.
Op 2 april vond in De Nationale Assemblée een vergadering plaats waarin de wetsvoorstellen inhoudelijk zijn besproken met diverse betrokken instanties.
Brede participatie van ministers en stakeholders
Aan de bijeenkomst namen onder anderen deel de minister van Justitie en Politie, Harish Monorath, en de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, Stephen Tsang, beiden vergezeld van hun staf.
Daarnaast waren vertegenwoordigers aanwezig van relevante organisaties, waaronder de Surinaamse Vereniging van Assurantie Maatschappijen (Survam) en het Waarborgfonds.
Aandacht voor elektrische voertuigen en handhaving
Minister Monorath ging tijdens de vergadering onder meer in op beschikbare data met betrekking tot verkeersongevallen waarbij elektrische voertuigen betrokken zijn.
Tevens werd uitgebreid gesproken over het vergroten van bewustwording onder burgers en het versterken van controlemechanismen, onder andere via zichtbare handhaving door bevoegde instanties.
Ook het belang van certificatie en regulering van voertuigen en systemen kwam nadrukkelijk aan bod.
Verzekeringsplicht en rol van technologie
Sieske Bonjaskie van Survam benadrukte dat elektrische voertuigen worden gelijkgesteld aan motorrijtuigen en daarom verplicht verzekerd dienen te zijn. Dit is volgens haar essentieel voor de bescherming en veiligheid van alle weggebruikers.
Verder werd het belang onderstreept van het optimaliseren van Safe City-camera’s, die kunnen bijdragen aan een objectieve beoordeling van verkeersongevallen.
Knelpunten in de praktijk
Minister Tsang ging in op diverse praktische knelpunten. Zo gaf hij aan dat de politie bij lichte aanrijdingen (blikschade) niet altijd meer uitrukt. Ook wordt schade aan wegmeubilair niet in alle gevallen meegenomen in vergoedingen door verzekeringsmaatschappijen.
Aangegeven werd dat deze vraagstukken nader onderzocht zullen worden.
Vervolgtraject en aanbevelingen
De commissieleden stelden diverse vragen en benadrukten dat naast wetgeving ook een mentaliteitsverandering bij weggebruikers van groot belang is voor duurzame verkeersveiligheid.
Afgesproken is dat de betrokken instanties hun aanbevelingen schriftelijk zullen indienen bij de commissie, zodat deze meegenomen kunnen worden in de verdere behandeling van de wetsvoorstellen.







