Onlangs hebben de leden van De Nationale Assemblee (DNA) een riante salarisverhoging of vergoeding ontvangen van ongeveer 130.000 SRD.
De officiële reden hiervoor is dat DNA-leden geen nevenberoepen mogen hebben. Dat argument is op zichzelf begrijpelijk, en daar heb ik op zich geen moeite mee.
Maar dit roept een veel belangrijkere vraag op: wat zijn eigenlijk de kwaliteiten, verantwoordelijkheden en meetbare prestaties van DNA-leden, en hoe verhouden die zich tot de beloning die zij ontvangen?
Wanneer we deze vergoeding vergelijken met het salaris van bureau-ambtenaren, leerkrachten en verpleegkundigen, ontstaat er een pijnlijk contrast.
Dit zijn mensen die dagelijks hard werken, het land draaiende houden, en toch vaak genoodzaakt zijn een tweede of zelfs derde baan te nemen om te kunnen overleven. Dat is geen luxeprobleem, dat is de harde realiteit.
De gemiddelde Surinamer moet vandaag de dag wikken en wegen bij elke boodschap. Prijzen in de winkels blijven stijgen, terwijl de koopkracht structureel blijft dalen.
Steeds meer mensen denken — soms met pijn in het hart — na over het verlaten van Suriname op zoek naar een beter bestaan.
Tegelijkertijd horen we vanuit de regering steeds opnieuw dat er “geen geld” is, terwijl de leiding van het land zichzelf royaal blijft belonen. Dat doet pijn en zorgt voor frustratie. Dit voelt niet rechtvaardig. Dit voelt niet eerlijk.
Het systeem zoals het nu functioneert, wordt door steeds meer burgers ervaren als onevenwichtig en onrechtvaardig. De kloof tussen beleid en beleving groeit.
De vraag die steeds luider klinkt is: wanneer gaat president Jennifer Geerlings-Simons daadwerkelijk rond de tafel zitten met de vakbonden om juist die mensen te waarderen die het fundament van onze samenleving vormen?
Het spreekwoord zegt: terwijl het gras groeit, sterft het paard. En zo voelt het voor veel werkende Surinamers vandaag.
Het jaar 2026 is nog maar net begonnen, en wat men vooral verlangt is dat de regering tijdig inspringt, voordat de situatie verder verslechtert.
Tegelijk wil ik ook rechtvaardig zijn. Tot nu toe verdient president Jennifer Geerlings-Simons van mij een pluspunt voor delen van haar beleid. Leidinggeven in deze periode is geen gemakkelijke taak. Daarom is deze boodschap geen afbraak, maar een dringende oproep:
blijf een goede job doen in de vijf jaren die u van het volk heeft gekregen, maar kijk nadrukkelijk om naar de kwetsbare, werkende klasse — een groep die door het beleid en de erfenis van de vorige regering zwaar is geraakt.
Suriname kan alleen vooruit als waardering, rechtvaardigheid en solidariteit geen loze woorden blijven, maar voelbare realiteit worden voor iedereen.
Guillermo Feller
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








