fbpx

Teruggave 19.5 miljoen euro moet vertrouwen terugbrengen

GFC NIEUWSREDACTIE- “Met dit vonnis hoop ik dat het vertrouwen sowieso terugkomt in de Surinaamse financiële sector, en dat we ook normaal weer activiteiten kunnen ondernemen via Nederland in termen van geldtransporten.”

Zo reageert minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) van Suriname vanuit India op het vonnis van het Amsterdamse gerechtshof.

Het hof heeft op 10 januari teruggave gelast van de 19.5 miljoen euro aan Surinaamse handelsbanken. Het geld was in april 2018 in beslag genomen door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD).

De bewindsman praat van “goed nieuws voor Suriname.” De regering ontving de goede tijding van het advocatenteam dat de Staat Suriname bijstond in de zaak tegen de Nederlandse staat.

“We hebben bericht ontvangen vanuit de advocaten in Nederland, die bezig waren met de zaak van Suriname tegen de Staat Nederland voor wat betreft de inbeslagname van 19,5 miljoen euro, zijnde bedragen die door de financiële sector in Suriname waren opgebracht en door de Centrale Bank werden vervoerd,” aldus minister Ramdin.

BEKIJK OOK
Gendercommissie VHP versterkt vrouwen met kennis over huiselijk geweld

Hij zegt dat de regering ingenomen is met dit resultaat, namelijk dat de Nederlandse autoriteiten via het vonnis zijn gelast tot het onmiddellijk opheffen van de beslaglegging en dat de 19.5 miljoen euro wordt teruggegeven aan de eigenaar, in dit geval de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

Ramdin: “We zijn blij, omdat dit ons twee jaar erg veel zorgen heeft gebaard. Het gaat ook om een stukje perceptie over Suriname in de financiële sector.”

De bewindsman spreekt verder van goed nieuws voor de Surinaamse financiële sector. Hij noemt het vonnis het resultaat van een partnerschap tussen de Surinaamse regering, het advocatenteam en betrokken banken.

“…In termen van voorbereiden tot dit moment en we zijn blij dat we daarmee ook een bijdrage hebben geleverd aan de financiële stabiliteit in Suriname,” zo voegt Ramdin eraan toe.