Een groot deel Surinaamse Nederlanders stuurt regelmatig een bedrag naar familie in Suriname. Dat kan zijn om te helpen met boodschappen, medische kosten of andere uitgaven.
Sommige mensen denken dat geld overmaken naar Suriname met een Nederlandse bijstandsuitkering verboden is. Dat klopt niet.
Wel is het goed om te weten dat een gemeente in bepaalde situaties vragen kan stellen over zulke overboekingen.
Deze controles gelden overigens voor alle mensen met een bijstandsuitkering in Nederland en zijn niet specifiek bedoeld voor Surinamers. De regels uit de Participatiewet zijn voor iedereen hetzelfde.
Geld sturen mag, maar controle is mogelijk
De Participatiewet verbiedt niet om geld naar het buitenland over te maken. Ook een klein bedrag sturen via een bank of geldtransferdienst is toegestaan.
Familie financieel ondersteunen mag eveneens, zolang iemand blijft voldoen aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering.
Er bestaat ook geen wettelijk maximumbedrag voor geldzendingen naar het buitenland. Dat blijkt uit de Participatiewet.
Vanaf 1 juli 2026 bedraagt de algemene bijstandsuitkering voor een alleenstaande van 21 jaar tot de AOW leeftijd 1.419,46 euro per maand, inclusief vakantiegeld.
Voor gehuwden en samenwonenden is dat 2.027,79 euro per maand.
Waarom vraagt een gemeente om bankafschriften?
Gemeenten mogen bankafschriften controleren als onderdeel van een onderzoek naar het recht op bijstand. Volgens de Participatiewet moeten uitkeringsgerechtigden informatie geven die van invloed kan zijn op hun uitkering.
Daarom kan een gemeente vragen stellen wanneer er regelmatig geld naar het buitenland wordt overgemaakt.
De gemeente kan onder meer kijken naar de hoogte van de overboekingen, hoe vaak geld wordt verstuurd, waar het geld vandaan komt en of iemand nog voldoet aan de voorwaarden voor bijstand.
Vooral maandelijkse hoge bedragen, grote eenmalige overboekingen of geldstromen die niet passen bij een laag inkomen kunnen aanleiding zijn voor nader onderzoek.
Niet automatisch gevolgen
Een controle betekent niet automatisch dat iemand een boete krijgt of zijn uitkering verliest. De gemeente beoordeelt iedere situatie afzonderlijk en kan eerst om een verklaring of aanvullende documenten vragen.
Pas daarna wordt bekeken of de geldzendingen gevolgen hebben voor het recht op een bijstandsuitkering.







