Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) en het United Nations Development Programme (UNDP) hebben een overeenkomst ondertekend voor de ontwikkeling van Suriname’s eerste klimaat- en transparantierapportages.
De overeenkomst werd namens OGM ondertekend door minister Patrick Brunings en namens UNDP door Representative Katy Tompson.
Met de samenwerking wil Suriname zijn capaciteit voor klimaatrapportage versterken en tegelijkertijd een beter beeld krijgen van de nationale uitstoot van broeikasgassen, de gevolgen van klimaatverandering en de voortgang van de nationale klimaatdoelen.
Investering van ruim USD 1,2 miljoen
Het project heeft een looptijd van 52 maanden, van juli 2026 tot en met november 2030. Voor de uitvoering is een subsidie van USD 1,233 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het GEF Trust Fund.
Binnen het project worden twee belangrijke rapportages ontwikkeld: het eerste Biennial Transparency Report (BTR1) en het gecombineerde Fourth National Communication en Second Biennial Transparency Report (NC4/BTR2).
Het BTR1 moet volgens de huidige planning in december 2027 worden ingediend. Het gecombineerde NC4/BTR2 staat gepland voor december 2029.
Verplichting onder het Klimaatakkoord van Parijs
De rapportages zijn onderdeel van het Enhanced Transparency Framework (ETF) onder Artikel 13 van het Klimaatakkoord van Parijs.
Dit raamwerk verplicht landen om op een transparante en consistente wijze informatie te verstrekken over hun klimaatactie en de ondersteuning die zij ontvangen of nodig hebben.
Voor Suriname betekent dit dat gegevens moeten worden verzameld over onder meer de uitstoot van broeikasgassen, klimaatmaatregelen, de voortgang van nationale klimaatdoelen en de gevolgen van klimaatverandering.
Ook financiële, technische en technologische ondersteuning krijgt een plaats in de rapportages.
Van technische verplichting naar beleidsinstrument
Minister Brunings benadrukt dat de rapportages niet uitsluitend moeten worden gezien als een internationale verplichting.
De verzamelde informatie kan volgens hem juist worden gebruikt om het nationale klimaatbeleid beter te onderbouwen.
Betrouwbare klimaatdata zijn immers noodzakelijk om te kunnen bepalen waar de grootste risico’s liggen, welke maatregelen effect hebben en welke investeringen nodig zijn om Suriname weerbaarder te maken tegen klimaatverandering.
Daarmee kan het rapportageproces uitgroeien tot een belangrijk beleidsinstrument voor de komende jaren.
Nationale capaciteit moet worden opgebouwd
Een belangrijk uitgangspunt van het project is de zogenoemde ‘learning-by-doing’-aanpak. Surinaamse deskundigen worden niet alleen betrokken bij het produceren van de rapportages, maar moeten tijdens het proces tegelijkertijd de noodzakelijke kennis en vaardigheden opbouwen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar het verbeteren van de nationale broeikasgasinventaris en het versterken van systemen voor monitoring, rapportage en verificatie.
Ook moet beter worden bijgehouden welke vooruitgang Suriname boekt met zijn klimaatdoelstellingen en welke gevolgen klimaatverandering heeft voor verschillende sectoren en gemeenschappen.
Samenwerking tussen ministeries noodzakelijk
Klimaatdata bevinden zich niet bij één ministerie of één organisatie. Informatie over energie, transport, landbouw, bosbouw, industrie, afval, water en andere sectoren moet worden samengebracht.
Daarom vereist het project samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties, ministeries, maatschappelijke organisaties en andere relevante partijen.
Een belangrijke uitdaging wordt daarmee niet alleen het verzamelen van gegevens, maar ook het creëren van een systeem waarin informatie op een consistente manier wordt geregistreerd, gecontroleerd en gedeeld.
UNDP: klimaatbeleid moet begrijpelijk blijven
UNDP-vertegenwoordiger Katy Tompson benadrukte tijdens de ondertekening dat technische klimaatprocessen niet mogen leiden tot communicatie die voor de samenleving onbegrijpelijk wordt.
De vele technische termen en afkortingen mogen volgens haar niet verhullen waar het uiteindelijk om gaat: inzicht geven in wat Suriname doet tegen klimaatverandering, welke resultaten worden bereikt en welke ondersteuning nodig is.
Die transparantie is niet alleen van belang voor internationale organisaties en donoren, maar ook voor de Surinaamse bevolking.
Betere klimaatdata kunnen financiering ondersteunen
Een van de belangrijke verwachte resultaten van het project is dat Suriname zijn behoefte aan internationale klimaatfinanciering beter kan onderbouwen.
Daarvoor is betrouwbare informatie essentieel. Wanneer Suriname duidelijk kan aantonen welke gevolgen klimaatverandering heeft, welke maatregelen noodzakelijk zijn en hoeveel financiering daarvoor nodig is, kan het land sterker onderbouwde aanvragen indienen bij internationale klimaatfondsen en ontwikkelingspartners.
De rapportages kunnen daarmee niet alleen een verantwoordingsinstrument zijn, maar ook een middel om investeringen in klimaatadaptatie en duurzame ontwikkeling aan te trekken.
Aansluiting op Green Development Strategy
De klimaatrapportages moeten tevens bijdragen aan de uitvoering van de nationale klimaatdoelen en de Green Development Strategy.
Voor Suriname is dat van bijzonder belang, omdat economische ontwikkeling, natuurlijke hulpbronnen, energie, bosbehoud en klimaatbeleid steeds sterker met elkaar verbonden raken.
De beschikbaarheid van betrouwbare data kan helpen om beleidskeuzes beter op elkaar af te stemmen en om de effecten van maatregelen op langere termijn te volgen.
Transparantie vraagt meer dan alleen rapporten
De ondertekening van de overeenkomst is een belangrijke stap, maar het uiteindelijke succes zal afhangen van de kwaliteit van de informatie die wordt verzameld.
Een klimaatrapportage heeft beperkte waarde wanneer gegevens onvolledig, verouderd of onderling niet vergelijkbaar zijn.
Suriname zal daarom moeten investeren in permanente systemen, deskundig personeel en duidelijke verantwoordelijkheden voor het verzamelen en controleren van klimaatdata.
De uitdaging is dan ook groter dan het produceren van twee rapporten. Het gaat om het opbouwen van een duurzaam nationaal informatiesysteem voor klimaatbeleid.
Eerste rapportage in 2027
Met het project krijgt Suriname de komende jaren ondersteuning bij het ontwikkelen van zijn eerste BTR en de daaropvolgende nationale klimaatrapportage.
De samenwerking met UNDP moet daarbij niet alleen leiden tot rapporten die aan internationale eisen voldoen, maar vooral tot blijvende nationale capaciteit.
Als dat lukt, kan de investering van USD 1,233 miljoen een bredere betekenis krijgen: niet alleen meer transparantie richting de internationale gemeenschap, maar ook betere informatie voor de Surinaamse overheid om klimaatbeleid, investeringen en duurzame ontwikkeling daadwerkelijk te sturen.
Bron: gov.sr






