Suriname heeft een nieuw nationaal veiligheidsplan voor de periode 2026 tot 2031 gepresenteerd.
Het plan moet richting geven aan de aanpak van onder meer grensoverschrijdende criminaliteit, cybercriminaliteit, mensenhandel, wapensmokkel, illegale goudwinning en corruptie.
Het Nationaal Strategisch Veiligheidsbeleidsplan werd tijdens de afsluiting van de Nationale Veiligheidsconferentie aan president Jennifer Simons aangeboden.
De tweedaagse bijeenkomst vond op 3 en 4 september plaats in de Congreshal en werd georganiseerd door het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV).
Olie en goud brengen ook veiligheidsrisico’s
Volgens de regering krijgt Suriname de komende jaren te maken met nieuwe veiligheidsuitdagingen die mede samenhangen met economische ontwikkelingen. Daarbij worden vooral de olie, gas en goudsector genoemd.
President Simons stelde dat economische ontwikkeling niet los kan worden gezien van veiligheid. De veiligheidsdiensten moeten volgens haar beschikken over actuele informatie, moderne technologie, goed opgeleid personeel en sterke organisaties.
Het staatshoofd wees erop dat geen enkele veiligheidsorganisatie de huidige dreigingen zelfstandig kan aanpakken.
Politie, defensie, andere overheidsdiensten en maatschappelijke organisaties zullen daarom intensiever informatie moeten uitwisselen en samenwerken.
Integriteit veiligheidsdiensten belangrijk
Ook integriteit binnen de veiligheidsdiensten krijgt aandacht. Volgens Simons zijn professionaliteit, discipline, transparantie en respect voor mensenrechten noodzakelijk voor een goed functionerend veiligheidsapparaat.
Tijdens de conferentie kwamen veiligheidsdiensten, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en internationale partners bijeen om bestaande en toekomstige risico’s voor Suriname te bespreken.
Na ontvangst van het veiligheidsplan droeg Simons het document over aan waarnemend DNV directeur Gerard Kalka en minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid. Zij moeten vanuit hun verantwoordelijkheden bijdragen aan de verdere uitvoering van het beleid.
Volgens de president ligt de verantwoordelijkheid voor nationale veiligheid uiteindelijk niet alleen bij de regering en veiligheidsdiensten.
Ook maatschappelijke organisaties en burgers hebben daarin volgens haar een rol.
Bron: gov.sr






