De recente uitlatingen van de president van Guyana over vermeende nieuwe heffingen op de Corantijnrivier zijn niet alleen misleidend, maar ook onnodig provocerend.
De reactie van Suriname laat weinig ruimte voor interpretatie: er is géén sprake van nieuw beleid. Wat wordt toegepast, is gebaseerd op bestaande wetgeving en jarenlange praktijk.
Toch lijkt Guyana de kwestie bewust te framen alsof Suriname plotseling de spelregels heeft veranderd. Dat roept de vraag op: gaat het hier om miscommunicatie, of om politieke profilering?
Geen nieuw beleid, maar consistente toepassing van regels
Volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en International Cooperation zijn de maritieme heffingen op de Corantijnrivier volledig in lijn met nationale wetgeving en internationale normen.
Belangrijker nog: deze regels worden zonder discriminatie toegepast op alle schepen binnen Surinaamse jurisdictie.
De kern van de zaak is dus helder: Suriname handhaaft simpelweg wat al jaren geldt.
Het beeld dat nu wordt geschetst door Guyana – alsof er sprake is van een plotselinge verzwaring van beleid – houdt geen stand.
Guyana’s selectieve herinnering
Opvallend is dat Guyana lijkt terug te grijpen naar een uitzonderingssituatie uit 2012. Destijds werd een beperkte vrijstelling verleend aan schepen die opereerden voor de Guyana Sugar Corporation.
Maar laten we duidelijk zijn: een uitzondering is géén regel.
Het feit dat deze tijdelijke regeling nu impliciet als norm wordt gepresenteerd, is op zijn minst selectief en op zijn slechtst misleidend.
Suriname heeft terecht aangegeven dat deze uitzondering nooit bedoeld was als structureel beleid.
Diplomatieke weg genegeerd
Wat deze kwestie extra wrang maakt, is dat Suriname al in januari 2026 via diplomatieke kanalen heeft gecommuniceerd over dit onderwerp, zonder formele reactie vanuit Guyana.
In plaats van inhoudelijk te reageren, wordt de discussie nu via social media gevoerd.
Dat is niet alleen onprofessioneel, maar ook riskant. Internationale relaties vereisen nuance, zorgvuldigheid en respect, geen publieke escalatie.
De vraag dringt zich op: waarom kiest Guyana voor de publieke confrontatie in plaats van diplomatiek overleg?
Suriname moet niet terugdeinzen
Suriname doet er goed aan om vast te houden aan zijn juridische positie.
Te vaak in het verleden heeft het land een te afwachtende houding aangenomen in grens- en soevereiniteitskwesties. Deze situatie vraagt juist om duidelijkheid en standvastigheid.
De Corantijnrivier is geen grijs gebied waar willekeur geldt. Het is een kwestie van jurisdictie, wetgeving en nationale belangen.
Een te toegeeflijke houding zou een verkeerd signaal afgeven – niet alleen aan Guyana, maar ook aan andere internationale partners.
Tegelijk: samenwerking blijft essentieel
Dat betekent echter niet dat de relatie met Guyana moet escaleren. Integendeel.
Beide landen hebben baat bij economische samenwerking, gezamenlijke ontwikkeling (zeker met het oog op olie en gas)
en regionale stabiliteit.
Maar samenwerking kan alleen bestaan op basis van wederzijds respect en erkenning van elkaars rechten.
Dialoog is noodzakelijk, maar niet ten koste van principes.
Assertief én diplomatiek
De huidige situatie is een test voor de Surinaamse diplomatie.
De regering heeft terecht duidelijk gemaakt dat er geen sprake is van nieuw beleid en dat de regels consistent worden toegepast. Tegelijkertijd moet Suriname voorkomen dat het wordt meegezogen in een publieke woordenstrijd.
De juiste koers ligt in een combinatie van juridische duidelijkheid, diplomatieke rust en strategische assertiviteit
Suriname hoeft zich niet te verantwoorden voor het naleven van zijn eigen wetten.
Maar het moet wel blijven waken dat het debat wordt gevoerd waar het hoort: aan de onderhandelingstafel, niet op sociale media.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








