• Colofon
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Technologie
  • Sport
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Technologie
  • Sport
  • Contact

Suriname loopt bestuurlijk vast op de rechtspositie van de rechterlijke macht

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
15 februari 2026 11:06
in Opinie
Rechter

Illustratiefoto

De discussie over hervormingen van de rechterlijke macht in Suriname wordt vaak gevoerd alsof het gaat om losse incidenten, politieke emoties of persoonlijke voorkeuren. Volgens bestuurskundige Eugene van der San is dat een fundamentele misvatting.

Wat zich vandaag afspeelt, is geen toeval en geen momentopname, maar het gevolg van jarenlang uitgestelde constitutionele keuzes, gecombineerd met bewuste politieke besluitvorming.

Wie dat niet onder ogen ziet, begrijpt niet waar het probleem werkelijk zit.

Onderstaande analyse is gebaseerd op zijn toelichting in het gesprek zoals geplaatst op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=llqhm0XIT4k

Van der San, die zelf jarenlang op het hoogste niveau binnen het staatsapparaat heeft gefunctioneerd, plaatst het debat terug waar het hoort: bij de Grondwet, de wetgevingstechniek en het functioneren van het openbaar bestuur als systeem.

Zijn analyse begint niet bij de huidige onrust, maar bij een verplichting die al sinds 1975 in de Surinaamse Grondwet staat.

Die verplichting houdt in dat de financiële rechtspositie van de rechterlijke macht bij wet moet worden geregeld. Toch is dat bijna vijftig jaar lang niet gebeurd.

In plaats daarvan werd de bezoldiging van rechters en leden van het Openbaar Ministerie geregeld via staatsbesluiten.

Dat werkte praktisch, maar was staatsrechtelijk onzuiver. Volgens Van der San was het slechts een kwestie van tijd voordat dit zou misgaan.

Toen hij zelf directeur was van het kabinet van de president, nam hij het initiatief om deze constitutionele achterstand in te halen. Niet uit politieke overwegingen, maar omdat het simpelweg moest.

De bedoeling was helder: een organieke wet voor de rechterlijke macht, die vastlegde hoe de financiële rechtspositie geregeld moest worden, binnen redelijke en maatschappelijk verdedigbare grenzen.

Er werd gesproken over percentages, verhoudingen en plafonds, maar altijd met één uitgangspunt: de uiteindelijke beslissing lag bij De Nationale Assemblee, mits zij haar verantwoordelijkheid met zorg zou nemen.

Wat er vervolgens gebeurde, noemt Van der San een klassiek voorbeeld van bestuurlijke ontsporing. In plaats van één noodzakelijke wet, werden vier wetten tegelijk aangenomen. Drie daarvan betroffen politieke ambtsdragers: de president, de ministers en De Nationale Assemblee zelf.

Die wetten waren volgens hem overbodig, omdat de rechtspositie van deze organen al wettelijk geregeld was. Alleen de wet over de rechterlijke macht was constitutioneel verplicht.

Door deze wetten te “synchroniseren”, werd de indruk gewekt dat het om één samenhangend pakket ging. Maar volgens Van der San had het parlement daarvoor niet eens de vereiste grondwettelijke meerderheid.

Met andere woorden: de wetgever heeft zichzelf bevoegdheden toegeëigend die zij niet had. Dat is geen detail, maar een directe aantasting van de constitutionele orde.

Het echte probleem openbaarde zich echter in de inhoud van de wet. Waar eerder werd gesproken over redelijke verhoudingen en een maximum van negentig procent, werd de bezoldiging uiteindelijk verhoogd tot vijfennegentig procent, aangevuld met een uitzonderlijk toelagenregime.

Die toelagen liepen op tot meer dan honderdvijftig procent van het salaris en werden bovendien onbelast verklaard. Dat alles gebeurde onder het mom van wettelijke bevoegdheid, maar zonder enige gevoeligheid voor de economische realiteit van het land.

Volgens Van der San is dit het moment waarop wetgeving verandert van een ordenend instrument in een machtsinstrument.

Niet omdat rechters of officieren daarom gevraagd zouden hebben, maar omdat financiële regelingen bewust zijn ingezet om invloed te organiseren. Dat raakt direct aan de kern van de rechtsstaat.

Die kern ligt bij artikel 145 van de Grondwet. Dat artikel bepaalt dat het Openbaar Ministerie exclusief verantwoordelijk is voor opsporing en vervolging.

Wie invloed krijgt op de positie van de Procureur-Generaal, krijgt indirect invloed op welke zaken wel of niet worden vervolgd.

In theorie is dat geen probleem zolang de PG over voldoende integriteit en onafhankelijkheid beschikt. In de praktijk, zo stelt Van der San, is juist daar de kwetsbaarheid zichtbaar geworden.

Nooit eerder in de geschiedenis van Suriname is er zoveel twijfel geweest over het functioneren en de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Niet omdat eerdere PG’s foutloos waren, maar omdat de institutionele randvoorwaarden toen minder politiek waren vervormd.

De huidige situatie is dus geen incident, maar het gevolg van een reeks bewuste keuzes die het systeem onder druk hebben gezet.

Daar komt bij dat de wet zelf technisch rammelt. Grondwetsartikelen zijn verkeerd toegepast, groepen zijn samengevoegd die constitutioneel gescheiden horen te zijn, overgangsregelingen zijn slordig uitgewerkt en pensioen- en leeftijdsbepalingen spreken elkaar tegen.

Van der San noemt het zonder omwegen een wet die in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur.

De oplossing is volgens hem juridisch gezien niet ingewikkeld, maar politiek wel. De wet kan worden ingetrokken met een gewone meerderheid.

Daarna moeten twee afzonderlijke regelingen worden getroffen: een organieke wet voor de zittende magistratuur, zoals de Grondwet voorschrijft, en een aparte regeling voor de staande magistratuur.

Tegelijkertijd moeten de financiële excessen worden genormaliseerd en teruggebracht tot proporties die passen bij de draagkracht van het land.

Of dat zal gebeuren, betwijfelt Van der San. Niet omdat het juridisch onmogelijk is, maar omdat de politieke wil ontbreekt. Zolang wetgeving wordt gebruikt om macht veilig te stellen in plaats van om het bestuur te ordenen, blijft de rechtsstaat kwetsbaar.

Zijn conclusie is hard, maar consistent: wat Suriname vandaag ervaart, is geen crisis van personen, maar een crisis van bestuur. Als men dat niet onderkent zal men blijven repareren aan de oppervlakte terwijl de fundering verder afbrokkelt.

Jim A. Yard

Bestuurskundige / wetgevingsjurist

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Meer berichten

eten diner restaurant keuken
Column

Surinaamse spontaniteit botst op de Nederlandse agenda: We gaan toch niet naar de dokter?

maurice roemer cbvs
Opinie

Centrale bankpresident zou veel meer waardering moeten krijgen

KLM Boeing 777 op Zanderij
Opinie

Nederland is onmisbaar voor een betere toekomst van Suriname

Corruptie omkoping fraude
Opinie

Het fenomeen corruptie in Suriname

eten restaurant roti hindoe diner
Column

Massala doks nog altijd geliefd gerecht in Suriname

santokhi chan ronnie brunswijk abop vhp president
Opinie

Zijn VHP en ABOP nog voor het volk?

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Technologie
  • Sport
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws