De initiatiefnemers van een college van procureurs-generaal (NDP) schermen graag met het “Nederlandmodel”.
Dat klinkt indrukwekkend, maar het is een drogreden die we in Suriname te vaak horen: als iets in Nederland bestaat, dan zal het hier ook wel werken.
Nee. Niet automatisch. En in dit geval: waarschijnlijk juist niet.
Suriname is geen Nederland. Ons land telt rond de 500.000 inwoners, en de kern van de strafrechtsketen is geconcentreerd in Paramaribo, een stad met ongeveer 120.000 inwoners.
De lijnen zijn kort, de organisatie is relatief klein, en iedereen kent iedereen. In zo’n setting is één ding essentieel: duidelijke verantwoordelijkheid. Eén leiding die je kunt aanspreken. Eén eindverantwoordelijke voor vervolgingsbeleid en organisatie.
Een college van 2 tot 4 PG’s voegt dan niet “efficiëntie” toe, maar vooral overleg, afstemming, compromis en vertraging. Meer koppen aan de top is geen medicijn; het is vaak juist de ziekte.
Sterker: als je in een kleine rechtsstaat extra topstoelen creëert, creëer je ook extra politieke benoemingsruimte. Dat is de olifant in de kamer.
Suriname is geen land waar benoemingen altijd puur op deskundigheid worden gedaan.
Een college kan in de praktijk betekenen: meerdere machtspunten, meerdere loyaliteiten, en meer gelegenheid om het OM in kampen op te delen. En zodra burgers het gevoel krijgen dat vervolging “politiek” wordt, is het klaar met vertrouwen.
De vergelijking met Nederland is bovendien selectief. In Nederland staat dat College niet als star getal in de Grondwet. Het is organisatorisch geregeld in gewone wetgeving.
Dat is logisch: als het niet werkt, kun je bijsturen zonder het fundament open te breken. In Suriname wil men nu juist een structuur met aantallen (2–4) in de Grondwet vastnagelen.
Dat is geen modernisering. Dat is een grondwetsgijzeling: elke latere verbetering wordt een politiek gevecht op het hoogste niveau.
Ook het “uniformiteitsargument” is misleidend. Uniformiteit in strafzaken bereik je niet door een college, maar door concrete maatregelen: openbare richtlijnen, training, dossierkwaliteit, interne audits en transparante rapportage.
Dat kan allemaal zonder één extra PG-stoel. Wie uniformiteit wil, moet het werk doen en niet de bestuurslaag vergroten.
De harde boodschap is dus: dit voorstel wordt verkocht als “checks & balances”, maar het is geen echte tegenmacht.
Het is interne spreiding binnen hetzelfde orgaan. Echte checks & balances komen van buiten: heldere regels, rechterlijke toetsing, parlementaire controle op beleid en transparantie. Een college is vooral meer bestuurlijke drukte met een groter politiseringsrisico.
Suriname hoeft niet te doen alsof een kopie van Nederland automatisch een upgrade is. Soms is het gewoon een kopie van een probleem.
En in dit geval is het risico te groot: je speelt met het vertrouwen in justitie. Dat is geen experiment. Dat is de fundering van de rechtsstaat.
Johan Blomhoff
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








