De uitspraak van mr. Hugo Essed in het ABC programma ‘Welingelichte kringen van 22 maart “in Nederland is de PG ondergeschikt aan de minister van Justitie” is te kort door de bocht, en kan in Suriname makkelijk tot een verkeerde conclusie leiden: “zie je wel, daar is politieke beïnvloeding normaal.” Dat klopt niet.
In Nederland is het Openbaar Ministerie (OM) niet hetzelfde als de rechterlijke macht. De minister draagt politieke verantwoordelijkheid voor het OM en heeft daarom in de Wet op de rechterlijke organisatie een aanwijzingsbevoegdheid: de minister kan algemene én bijzondere aanwijzingen geven over de uitoefening van taken en bevoegdheden van het OM (art. 127 Wet RO).
Ook bestaat er een inlichtingenrelatie: het College van procureursgeneraal moet de minister de nodige inlichtingen geven (art. 129 Wet RO).
Als je alleen dát vertelt, klinkt het alsof de minister “de baas” is. Maar dan laat je het belangrijkste weg.
Wat is óók waar (en cruciaal)?
Die bevoegdheid is in Nederland geen dagelijkse bevelslijn. Juist omdat invloed op individuele strafzaken het vertrouwen in onafhankelijke vervolging kan beschadigen, is de bijzondere aanwijzing procedureel ingekaderd (in de Wet RO is dat uitgewerkt in art. 128: vooraf melden, motiveren, reactie van het College, schriftelijke vastlegging).
En nog belangrijker: de Raad van State wijst erop dat de minister van die “bijzondere aanwijzingsbevoegdheid” in de huidige vorm nog nooit gebruik heeft gemaakt. Dat zegt veel. Het betekent niet dat de bevoegdheid niet bestaat, maar wel dat het zó politiek explosief is dat ministers het vrijwel nooit durven in te zetten.
Dat is ook precies waarom er in Nederland al jaren discussie is om die bijzondere bevoegdheid zelfs helemaal te laten vervallen: men vreest dat het bestaan ervan al kan leiden tot informele druk (gesprekken, “laten merken wat je vindt”, extra informatie vragen)
Waarom is “Nederland = politieke beïnvloeding” dus een verkeerde conclusie?
Het Nederlandse systeem is ontworpen als: ministeriële verantwoordelijkheid voor beleid + sterke terughoudendheid en waarborgen rond individuele zaken. Als politieke sturing toch plaatsvindt, moet dat in principe zichtbaar en verdedigbaar zijn—en dat heeft een hoge politieke prijs.
De les voor Suriname is daarom juist het omgekeerde van wat sommigen denken: verwijs niet naar Nederland om politieke invloed hier normaler te maken. Verwijs naar Nederland om te begrijpen waarom zulke bevoegdheden zwaar omstreden zijn, zelden worden gebruikt en steeds strakker worden begrensd.
Johan Blomhoff
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








