Een huis in Suriname samen met broers en zussen erven kan al snel vragen oproepen.
Wie mag bepalen of het wordt verkocht? Heeft degene die er woont meer rechten? En kan één familielid een verkoop jarenlang tegenhouden?
Volgens het Surinaamse Burgerlijk Wetboek is het uitgangspunt dat mede-erfgenamen belangrijke beslissingen gezamenlijk nemen.
De oudste broer of zus beslist niet automatisch
De oudste in het gezin heeft niet vanzelf meer zeggenschap. Ook een broer die in Suriname woont, de sleutels bezit of jarenlang het onderhoud betaalt, wordt daardoor niet automatisch de enige beslisser.
Zelfs een meerderheid is niet altijd voldoende. Als vier kinderen samen eigenaar zijn, kunnen drie van hen niet simpelweg besluiten het hele huis te verkopen en de vierde passeren.
Voor verkoop is in beginsel medewerking van alle gerechtigden nodig, tenzij bijvoorbeeld een volmacht of rechterlijke beslissing iets anders mogelijk maakt.
Eerst controleren wie werkelijk eigenaar is
Kinderen zijn bovendien niet automatisch gezamenlijk eigenaar van het ouderlijk huis zodra een ouder overlijdt.
Er moet eerst worden gekeken naar wie eigenaar was, of er een testament bestaat en welke erfgenamen recht hebben op de nalatenschap. Een achterblijvende echtgenoot kan daarbij veel verschil maken.
Onder de wettelijke verdeling kan de langstlevende echtgenoot bijvoorbeeld de goederen krijgen, terwijl kinderen een geldvordering krijgen in plaats van een stukje van het huis.
In het huis wonen geeft geen alleenrecht
Een veelvoorkomende situatie is dat één broer of zus al jaren in het familiehuis woont terwijl anderen in Nederland verblijven.
Alleen bewoning, het betalen van elektriciteit of onderhoud en het beheren van de woning geven volgens de wettelijke regels geen automatisch exclusief eigendomsrecht.
De andere erfgenamen houden hun rechten. Bij verhuur en inkomsten moeten de opbrengsten eveneens worden verantwoord en in beginsel volgens de aandelen worden verdeeld.
Dringend onderhoud, zoals het stoppen van een ernstige lekkage, kan soms wel zelfstandig worden geregeld. Een grote verbouwing is iets anders en vraagt doorgaans overleg.
Wat als één familielid blijft weigeren?
Eén erfgenaam kan een vrijwillige verkoop blokkeren, maar heeft niet automatisch voor altijd een veto.
Iedere deelgenoot kan in beginsel om verdeling vragen. Als de familie er samen niet uitkomt, kan de rechter bepalen hoe het bezit wordt verdeeld.
Het huis kan bijvoorbeeld aan één erfgenaam worden toegewezen tegen betaling aan de anderen, of uiteindelijk worden verkocht waarna de netto-opbrengst wordt verdeeld.
Bij oude familieboedels is extra voorzichtigheid nodig. Soms staat een woning nog op naam van een grootouder en zijn inmiddels meerdere oorspronkelijke erfgenamen overleden.
Dan moet eerst worden vastgesteld wie tegenwoordig allemaal gerechtigd is.






