Rechtsvraag: mag De Nationale Assemblée (DNA) in haar Reglement van Orde regelen dat een assembleelid dat herhaaldelijk wegblijft en daardoor geen quorum oplevert, 50% van zijn vergoeding verliest?
De ergernis is begrijpelijk. De Grondwet is namelijk glashelder: DNA mag niet eens aan haar beraadslagingen beginnen en ook geen besluiten nemen, als niet meer dan de helft van de leden aanwezig is (quorum).
Zonder quorum valt het parlement stil, blijven wetten liggen en kan de controle op de regering niet naar behoren plaatsvinden.
De quorumregel is daarmee geen gunst aan individuele leden, maar een constitutionele voorwaarde voor het functioneren van het parlement.
Ruimte voor interne regels binnen constitutionele grenzen
Tegelijkertijd geeft de Grondwet DNA de ruimte om haar eigen Reglement van Orde vast te stellen.
Daarin kunnen duidelijke afspraken worden vastgelegd over onder meer de registratie van aanwezigheid, de wijze en het moment van afmelding, geldige redenen voor afwezigheid (zoals ziekte, officiële dienstreizen of overmacht) en de stappen die de voorzitter onderneemt wanneer het quorum niet wordt gehaald.
Het huidige Reglement van Orde bevat reeds bepalingen op dit punt: bij gebrek aan quorum worden aanwezigen en afwezigen genoteerd en wordt de vergadering uitgesteld.
Financiële sancties: een stap te ver?
Het voorstel van Somohardjo en Afonsoewa gaat echter een stap verder. Het blijft niet bij registratie en procedurele maatregelen, maar grijpt direct in op de financiële positie van assembleeleden door een korting van 50% op de vergoeding voor te stellen.
Juist daar rijzen juridische vragen. De Grondwet bepaalt immers óók dat de wet de geldelijke voorzieningen voor (oud-)leden van DNA regelt.
Dat wijst erop dat een dergelijke ingrijpende maatregel niet eenvoudig via interne huisregels kan worden opgelegd.
Een korting van 50% is geen lichte ordemaatregel, maar een substantiële aantasting van de financiële rechtspositie van een volksvertegenwoordiger.
Wetgeving over vergoedingen en bestaande kaders
Suriname kent bovendien een aparte vergoedingswet voor leden van De Nationale Assemblée, onder meer gewijzigd bij Staatsblad 2015 no. 74.
Afwijkingen van die wettelijke regeling vergen in beginsel een formele wetswijziging en kunnen niet zonder meer worden geregeld via het Reglement van Orde.
Internationale verdragen en politieke rechten
Ook internationale verdragen trekken duidelijke grenzen. Suriname is partij bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), dat politieke participatie beschermt en slechts redelijke beperkingen toestaat.
Sinds 8 mei 2023 is Suriname daarnaast partij bij het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat vergelijkbare waarborgen kent.
Een financiële prikkel kan in theorie toelaatbaar zijn, maar alleen indien deze voorspelbaar, niet-discriminerend en proportioneel is, met waarborgen zoals hoor en wederhoor en een duidelijke bezwaar- en beroepsprocedure.
Zonder die waarborgen dreigt een sanctie al snel te verworden tot een politiek instrument in plaats van een rechtsstatelijk middel.
Johan Blomhof
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








