President Jennifer Simons heeft de Nationale Onderwijsvisie 2035 en het Onderwijs Actieplan Suriname 2026-2031 officieel in ontvangst genomen.
De plannen moeten richting geven aan de vernieuwing van het Surinaamse onderwijs en oplossingen bieden voor de aanhoudende problemen binnen de sector.
De president heeft minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur opdracht gegeven te starten met de uitvoering van de opgenomen maatregelen.
De overhandiging vond plaats op 21 oktober in aanwezigheid van de minister, vertegenwoordigers van de presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en UNICEF.
Onderwijssector kampt met grote achterstanden
President Simons omschreef de huidige situatie van het onderwijs als een diep dal, zowel wat betreft de materiële voorzieningen als de inhoudelijke kwaliteit.
Schoolmeubilair, klaslokalen, personeel en leermateriaal behoren volgens haar tot de uitdagingen die dringend aandacht vragen.
De president benadrukte dat een duidelijke visie noodzakelijk is om structurele oplossingen te ontwikkelen. Tegelijkertijd waarschuwde zij dat een plan op zichzelf onvoldoende is.
Hoewel onderwijsvernieuwing niet binnen één jaar kan worden gerealiseerd, moet volgens haar jaarlijks zichtbare vooruitgang worden geboekt.
Daarbij riep zij de overheid, leerkrachten, ouders en het bedrijfsleven op om gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen voor de verbetering van het onderwijs.
Leerkrachten en beroepsonderwijs als prioriteiten
Simons benadrukte dat leerkrachten een centrale rol vervullen bij de uitvoering van de onderwijsvisie. Naast financiële waardering moeten volgens haar ook hun deskundigheid en de maatschappelijke positie van het beroep meer erkenning krijgen.
Daarnaast wil de president op korte termijn verder werken aan de ontwikkeling van het middelbaar beroepsonderwijs en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
Daarbij werden onder meer de goud- en oliebedrijven genoemd als sectoren waarop het onderwijs beter moet aansluiten.
Een sterkere verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven moet jongeren meer mogelijkheden bieden om de kennis en vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn voor werk en verdere ontwikkeling.
Actieplan steunt op drie pijlers
Rebekka Brown-Kortram, voorzitter van de presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, lichtte toe dat het actieplan rond drie pijlers is opgebouwd.
De eerste pijler richt zich op de randvoorwaarden voor stabiel onderwijs. Daaronder vallen wetgeving, verantwoording, infrastructuur en digitalisering.
De tweede pijler betreft de leerinhoud en de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen en studenten nodig hebben in de periode tot 2035.
De derde pijler richt zich op inclusiviteit. Het uitgangspunt is dat niemand buiten het onderwijssysteem mag worden gelaten en dat alle leerlingen kansen moeten krijgen om zich te ontwikkelen.
Volgens Brown-Kortram is met de overhandiging de volgende fase aangebroken: de uitvoering van de voorgestelde maatregelen.
Van beleidsdocument naar concrete resultaten
Minister Currie onderstreepte dat het actieplan niet mag blijven steken in beleid en theorie. De maatregelen moeten worden vertaald naar concrete actiepunten en zullen gefaseerd worden uitgevoerd, omdat niet alle uitdagingen tegelijkertijd kunnen worden aangepakt.
Ook het bedrijfsleven moet volgens de minister een rol spelen bij de begeleiding van jongeren en het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden.
Na ontvangst van de documenten heeft president Simons het actieplan overhandigd aan minister Currie, met de opdracht te beginnen met de uitvoering.
Daarmee verschuift de aandacht van de ontwikkeling van de onderwijsvisie naar de praktische realisatie ervan. De werkelijke betekenis van het plan zal uiteindelijk blijken uit de verbeteringen die leerlingen, leerkrachten en scholen daadwerkelijk ervaren.
Jaarlijkse vooruitgang, zoals de president zelf heeft benadrukt, zal daarom een belangrijke maatstaf zijn voor het succes van de onderwijsvernieuwing.
Bron: gov.sr






