Suriname zet stappen tegen pesten. Er is overleg. Er komt een speciale meldunit. Scholen worden bezocht. Het strafrecht wordt onderzocht. Crisisopvang wordt voorbereid.
Dat getuigt van betrokkenheid. En dat is nodig.
Maar laten we eerlijk zijn: pesten is niet in de eerste plaats een juridisch probleem. Het is een bewustzijnsprobleem.
Gedrag kun je registreren. Daders kun je corrigeren. Slachtoffers kun je beschermen.
Maar zolang we de onderliggende oorzaak niet aanpakken, blijft het probleem zich herhalen — generatie na generatie.
Waarom pest een kind?
Zelden omdat het “slecht” is of crimineel wil zijn. Vaker omdat het zich van binnen klein, onveilig of machteloos voelt.
Pesten is dan geen losstaand probleem van een kind, maar een weerspiegeling van de cultuur waarin het kind opgroeit. Het laat zien hoe wij als volwassenen omgaan met verschillen, conflicten, onzekerheid en macht.
Pesten is het herhaaldelijk kleineren van een ander om een gevoel van controle of macht te ervaren.
Een kind dat zich stevig en veilig voelt, hoeft dat niet te doen.
Het kind is dan niet de oorsprong van het probleem, maar het zichtbare symptoom.
Wanneer een leerling een klasgenoot pest, wijzen we snel met de vinger. We roepen om strengere regels en verwachten dat scholen ingrijpen. Maar hoe vaak vragen we ons af wat kinderen dagelijks bij volwassenen zien?
Kinderen leren meer van wat wij doen
Kinderen leren niet van wat wij zeggen, maar van wat wij doen. Wanneer kinderen zien dat volwassenen elkaar vernederen, roddelen of met harde woorden reageren, begrijpen zij dat dominantie boven empathie lijkt te staan.
Als boos zijn normaal wordt gevonden en er weinig ruimte is om je kwetsbaar te voelen, dan nemen mensen dat gedrag mee in hoe ze met anderen omgaan.
Beleid dat vooral inzet op handhaving, registratie en strafrecht, pakt gedrag aan, maar niet de wortel.
Die ligt vaak dichter bij huis: in een autoritaire opvoeding, in vernedering of emotionele onderdrukking, in ouders die zelf onder voortdurende stress staan, in een omgeving waar agressie wordt getolereerd en kwetsbaarheid wordt ontmoedigd.
Wat volwassenen niet in zichzelf oplossen, geven zij onbedoeld door. Een samenleving kan niet rustiger worden dan de innerlijke staat van haar volwassenen.
Welke rol spelen ouders hierin?
Weerbaarheidstraining voor leerlingen is waardevol, maar niet voldoende. Wie ondersteunt ouders? Wie leert hen omgaan met frustratie zonder die af te reageren? Wie helpt hen hun eigen patronen en trauma’s niet door te geven?
Zolang er thuis geen bewustwording en verandering plaatsvindt, zal school alleen de gevolgen proberen op te vangen, maar niet de oorzaak werkelijk veranderen.
Meldpunten, crisisopvang en handhaving zijn noodzakelijk. Maar het blijft ingrijpen achteraf. Werkelijke preventie vraagt om emotionele educatie, ouderbegeleiding en volwassen voorbeeldgedrag.
Veiligheid kun je afdwingen. Een gezonde generatie vorm je van binnenuit.
Kinderen kopiëren geen regels. Ze kopiëren gedrag.
Suriname staat op een kruispunt. Dit beleid kan een begin zijn. Maar alleen als we erkennen dat pesten niet alleen iets zegt over onze kinderen — maar over onszelf.
Daar begint het echte werk.
R. Tjauw-Foe
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








