De onrust rond Energie Bedrijven Suriname (EBS) is opnieuw opgelaaid nadat een dossier over mogelijke fraude en/of malversaties, toegeschreven aan de toenmalige president-commissaris, op sociale media werd gedeeld.
De kwestie, die volgens berichten zou dateren uit de periode van het presidentschap van Chan Santokhi, leidde eerder al tot meldingen bij het Openbaar Ministerie (OM).
Hoewel destijds melding werd gemaakt van een klokkenluider en dossiers bij het OM zouden zijn ingediend, zou het onderzoek geen zichtbare voortgang hebben gekend.
De zaak krijgt nu nieuwe aandacht nadat een brief van de Raad van Commissarissen (RvC) is uitgelekt en viraal gaat op social media.
RvC spreekt van “onhoudbare situatie”
In een brief van 27 februari 2026 draagt de RvC van EBS directeur Leo Brunswijk op om uiterlijk woensdag 4 maart schriftelijk te reageren op de ontstane situatie binnen de directie.
Volgens de raad is sprake van een “onhoudbare situatie”, met een escalatie op 16 februari als dieptepunt. Momenteel zouden er geen reguliere directieoverleggen plaatsvinden.
De brief volgt op een eerder schrijven van 24 februari met als onderwerp “Voorwaardelijke deelname aan directieoverleggen”.
Na toepassing van hoor en wederhoor en intern overleg over eerder geconstateerde onregelmatigheden, heeft de RvC meerdere ingrijpende voorstellen gedaan.
De brief is ondertekend door president-commissaris Dean Linger. De RvC spreekt het vertrouwen uit dat de adviezen zorgvuldig zullen worden afgehandeld.
Verontwaardiging onder burgers
Op sociale media reageren burgers fel.
“Waarom de aandeelhouder niet ingrijpt, weet Joost alleen,” luidt één van de reacties.
“Dit moet ophouden. Laat de regering, als aandeelhouder van EBS, nu optreden en deze man bedanken,” stelt een ander.
Er zijn ook geluiden dat politieke consequenties, zoals een mogelijk verlies van steun (“min 6”), ondergeschikt zouden moeten zijn aan het belang van transparantie en goed bestuur.
De kern van de publieke verontwaardiging richt zich op de vraag waarom eerdere signalen en dossiers geen zichtbare juridische opvolging kregen en waarom de situatie binnen het staatsbedrijf zo ver heeft kunnen escaleren.







