Nieuwe kansen voor Surinaams-Nederlands bedrijfsleven; Technologische innovatie kan economische groei genereren

GFC NIEUWSREDACTIE- “Het Surinaams bedrijfsleven is nu aan zet om economische groei te genereren”, aldus drs. Gerard Lau, dr. Marijn van Schaijk, prof. dr. Anthony Karam en drs. Roy Somaroo.

“Door succesvol crisismanagement is de Surinaamse economie aan het stabiliseren”, aldus deze toonaangevende Surinaamse economen.

Als uitvloeisel van het recente werkbezoek van De Surinaamse president Chandrikapersad Santokhi aan Nederland werd op initiatief van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) door vicevoorzitter Wilfred Baldew, in samenwerking met de Surinaamse ambassade in Nederland (ambassadeur Rajendre Khargi) op 21 september een bijeenkomst gehouden over de “economische grondslagen van de Surinaamse economie”.

Hierbij werd een gedetailleerde analyse, met cijfermatige onderbouwing, over de stand van zaken gegeven.

Professor Karam sprak van “opvallende prestaties, die in een zeer korte tijd zijn gerealiseerd. De koers is gestabiliseerd, de inflatie is beteugeld en het interne huishoudboekje is in balans gebracht”.

“Hoewel de huidige stabilisatie van de Surinaamse economie op eigen kracht is verricht, is samenwerking met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) belangrijk om een duurzame diversificatie van de economie te kunnen bewerkstelligen.

“Door diversificatie ontwikkelt Suriname meerdere soorten van financiële inkomsten en is daardoor minder kwetsbaar bij toekomstige economische tegenslagen.

“Voor het ontwikkelen van deze nieuwe stroom van inkomsten zijn echter investeringen nodig. Samenwerken met het IMF straalt vertrouwen uit en dat is belangrijk om deze investeringen aan te trekken”, aldus drs. Somaroo en dr. Van Schaijk.

Professor Karam opperde dat “de noodzakelijk diversificatie van de economie de komende 4-5 jaren ook kan worden gefinancierd met inkomsten uit de natuurlijke hulpbronnen zoals goud, hout, en later, olie & gas”.

“Ook uit de huidige informele sector kunnen inkomsten gegenereerd worden. Hier werken 92.000 mensen, die 12,6 miljard SRD genereren. Hierover wordt momenteel geen belasting betaald”, aldus Gerard Lau.

Dr. Van Schaijk benadrukte de noodzaak tot “het ontwikkelen van de import-vervangende industrie. Suriname kan o.a. eigen landbouw producten produceren, waardoor de import wordt afgeremd en op vreemde valuta bespaard. Dit draagt bij aan stabilisatie van wisselkoers”.

Vanuit de zaal werd door oud-ambassadeur van Suriname in New York mw. dr. Irma LoembanTobing-Klein aangegeven dat “een integrale inventarisatie van noodzakelijke mensen en middelen (een zogenaamde need-assessment), over alle ministeries, een goed hulpmiddel is om een betrouwbaar inzicht te krijgen over het totale pakket aan menskracht en middelen, die noodzakelijk zijn om een transformatie van de Surinaamse economie mogelijk te maken.

“De Verenigde Naties stelde destijds financiële middelen hiervoor beschikbaar”. Professor Karam respondeerde “dat dit idee in het Meerjaren Ontwikkelingsplan (MOP) van de huidige regering zal worden opgenomen als onderdeel van de sustainable development goals”.

Vicevoorzitter Baldew memoreerde aan “de unieke kans om via joint ventures en joint investments tussen Surinaamse- en Nederlandse bedrijven de verdere integratie in de regio, voor wat betreft energie, telecommunicatie, personen en goederenvervoer, mogelijk te maken.

“Ook kan hoogwaardige Nederlandse kennis en technologie worden toegepast om innovatieve Surinaamse producten te ontwikkelen voor de export. Gedacht wordt aan de landbouw, veeteelt, goud-, hout-, gas- en olie-industrie. Ook exclusieve vormen van dienstverlening kunnen worden ontwikkeld voor de toerisme-, IT-, weg & waterbouw en medische industrie.”

Jannes van der Velde, landen-manager van de DECP, een organisatie van de Nederlandse ondernemersvereniging VNO-NCW en de Nederlandse tegenhanger van de Surinaamse VSB, benadrukte dat “het huidige tripartite overleg tussen werkgevers, werknemers en de Surinaamse regering ook essentieel is om de economie succesvol te diversificeren. Loonmatiging is op korte termijn belangrijk, terwijl de productie wordt opgevoerd.

Ambassadeur Khargi sloot de bijeenkomst af met de belofte dat zijn “wijdverbreid sociaal-, maatschappelijk en economisch netwerk in Nederland intensief zal worden ingezet om, namens de regering Santokhi, de samenwerking tussen het Surinaams en Nederlands bedrijfsleven om te zetten in een florerende handelsrelatie”.