Het ontslag van ambassadeur Rajendre Khargi blijft de gemoederen bezighouden.
Volgens politica Joan Meriam Nibte, ondervoorzitter van de Partij voor Recht en Ontwikkeling, gaat het hier niet alleen om een persoonlijk of politiek conflict, maar om de schade aan Suriname’s internationale positie.
Nibte benadrukt dat diplomatie een van de meest gevoelige instrumenten van een staat is.
“Wanneer geschillen tussen regering en diplomaten niet binnenskamers, maar in de openbaarheid worden uitgevochten, schaadt dat niet alleen de betrokkenen, maar vooral het aanzien van ons land. Suriname wordt internationaal te kijk gezet,” zegt zij.
Volgens haar had het conflict via stille diplomatie moeten worden opgelost.
“Een diplomaat kan worden aangesproken, teruggeroepen of ontslagen, maar dat hoort te gebeuren binnen de muren van de staat en niet via de internationale pers. Alleen zo behouden wij onze waardigheid en geloofwaardigheid.”
Ook ambassadeur Henry Mac Donald reageert. Hij wijst op de rol van een ambassadeur als buitengewone en gemachtigde vertegenwoordiger van de president, direct of via de minister van Buitenlandse Zaken.
Hij merkt op dat veel Europese, Westerse en Aziatische landen al decennia lang inzetten op carrière-diplomatie, terwijl in veel Afrikaanse landen, evenals in kleine Caribische en Centraal-Amerikaanse staten, nog steeds vasthouden wordt aan politieke benoemingen.
Volgens Mac Donald toont de zaak-Khargi opnieuw aan hoe kwetsbaar Suriname is wanneer diplomatie ondergeschikt raakt aan interne politieke spanningen.
Het debat over de toekomst van Suriname’s diplomatie lijkt hiermee nog lang niet voorbij.