fbpx

Moestadja: halt toeroepen aan gender gerelateerd geweld en ongelijkheid op arbeidsmarkt

GFC NIEUWSREDACTIE- Op 15 februari heeft De Nationale Assemblee (DNA) een aanvang gemaakt met de behandeling van twee gender gerelateerde arbeidswetten.

Het gaat om de wetten ‘Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid’ en ‘Gelijke Behandeling Arbeid’.

Beide wetten zijn voorbereid in 2017 door de voormalige minister van Arbeid, Soewarto Moestadja, en zijn staf op het ministerie.

Hij was minister van Arbeid in de periode 2015-2020. Nu is Moestadja DNA-lid en vanuit die positie pleit hij dat met enige noodzakelijke aanpassingen deze wetten kamerbreed worden aangenomen opdat een halt kan worden toegeroepen aan gender gerelateerd geweld en ongelijkheid op de arbeidsmarkt en op het werk.

Als minister van Arbeid werd gender gerelateerd geweld op de werkvloer door zowel de vakbeweging als maatschappelijke organisaties onder zijn aandacht gebracht. Uit de klachten waarmee hij geconfronteerd raakte bleek dat vooral veel werkende vrouwen in ons land een vorm van fysiek of seksueel geweld ervaren op het werk.

Uit de binnengekomen klachten kon uit gedistilleerd worden dat gender gerelateerd geweld op het werk mede een gevolg is van machtsongelijkheden en verschillen in waardering van mannen en vrouwen. Gender gerelateerd geweld is daarmee zowel een gevolg als een oorzaak van genderongelijkheid.

Om dit effectief aan te pakken is het van belang dat beleid en wetgeving hierop wordt gericht. Met andere woorden: er dient rekening gehouden te worden met deze machtsongelijkheden en de verschillende uitgangsposities van mannen, vrouwen in de maatschappij.

Tegen deze achtergrond heeft Moestadja toen het sein en instructies gegeven aan zijn staf om wetgeving hieromtrent voor te bereiden op het vlak van arbeid.

Voorbereidingen

De voorbereidingen van deze wetten zijn begonnen in 2017. Moestadja greep de herdenking van de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen op 25 november 2017 aan, om op 28 november 2017 twee afzonderlijke commissies te installeren op het ministerie die deze wetsontwerpen moesten voorbereiden.

Beide commissie bestonden uit ambtenaren van het ministerie. Ze hebben de sociale partners en andere stakeholders uitvoerig gehoord alvorens de ontwerpen te hebben ontwikkeld.

Het vertrekpunt voor beide commissies was gebruikmaken van het voorwerk van maatschappelijke organisaties die sinds de jaren negentig zich hebben ingezet voor gendergelijkheid alsook preventie en aanpak van seksueel molest op de werkplek.

Beide ontwerpen zijn mede ontwikkeld op basis van de gelijkheidsverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) die Suriname eerder dat jaar heeft geratificeerd. Deze betroffen: “Gelijke Beloning voor Gelijkwaardig werk door mannen en vrouwen (1951 No. 110)’ en ‘Gelijke Kansen en Behandeling op de Werkplek (1959 No. 111)’.

De ratificatie van beide verdragen was een uitvloeisel van het Decent Work Country Programme Suriname (DWCPS). Dit programma heeft tot doel het concept van fatsoenlijk en menswaardig werk ingang te doen geven in lid landen van de ILO, dus ook in Suriname.

Het richt zich vooral op doel 8, ‘Eerlijk Werk en Economische Groei’ van de Sustainable Development Goals 2030 (SDG’s).

Zo had de Surinaamse tripartiete Implementatie Commissie DWCPS een raamwerk voorbereid en gepresenteerd aan de ILO over onder andere de modernisering van de arbeidswetgeving, omdat de antieke arbeidswetgeving uit de jaren veertig een grote sta in de weg vormde om het concept van ‘Decent Work’ ingang te doen vinden in ons land.

Als uitvloeisel van dit programma zijn in de periode van Moestadja meer dan 10 arbeidswetten goedgekeurd door DNA en waren bij zijn vertrek als minister in 2020 nog 6 ontwerpwetten ready voor behandeling of indiening bij het parlement.

De ontwerpwetten ‘Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid’ en ‘Gelijke Behandeling Arbeid’ zijn twee van de laatste wetten uit de reeks van deze ontwerpwetten. Op de vier overgebleven wetten na, zal de arbeidswetgeving volledig zijn gemoderniseerd zoals met de ILO toen was overeengekomen.

Seksuele intimidatie

De Wet Geweld en Seksuele Intimidatie Arbeid’ heeft tot doel geweld en pesterijen tegen vrouwen en mannen tegen te gaan.

Geweld en pesterijen treffen met name werknemers in de meest kwetsbare werksituaties die onvoldoende toegang hebben tot arbeidsrechten, zoals vrijheid van vakvereniging, collectieve onderhandelingen, waardig werk, non-discriminatie en toegang tot de rechter.

Vooral vrouwen worden onevenredig getroffen door geweld op het werk, waar ongelijke machtsverhoudingen, lage lonen, onzekere arbeidsomstandigheden en andere misstanden op de werkplek die hen blootstellen aan geweld. Seksuele intimidatie wordt internationaal beschouwd als een vorm van geweld op de werkplek.

Voor de definitie van seksuele intimidatie is uitgegaan van o.a. de Caricom Model Legislation on Sexual Harassment. Hierbij gaat het niet alleen om handelingen en gedragingen van seksuele aard, maar ook non-verbale handelingen en gedragingen die seksueel van aard zijn, waarbij bewust of onbewust een situatie wordt gecreëerd die belemmerend werkt op de werkprestatie van het slachtoffer of een werk-leefsituatie creëert die onprettig is voor het slachtoffer.

De definitie van seksueel molest’ houdt tevens in: gevallen, waarin sprake kan zijn van seksuele chantage, zodanig dat de kans op promotie en beslissingen over het werk afhangt van verrichte seksuele diensten.

Gelijke behandeling

Met de ‘Wet Gelijke Behandeling Arbeid’ wordt nagestreefd bevordering van gelijke behandeling tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers. De focus ligt hierbij vooral op gelijke beloning voor gelijkwaardig werk tussen mannen en vrouwen. Deze wet moet voorts voorkomen dat discriminatie op het werk plaatsvindt.

Zo mag er geen onderscheid gemaakt worden op basis van ras, sekse, religie, huidskleur, etnische afkomst, nationale afkomst, sociale oorsprong, politieke overtuiging, beperking of gezinsverantwoordelijkheid, zwangerschap, leeftijd of burgerlijke staat en op basis van hivpositieve status. Loonschalen en functies mogen niet worden vastgesteld op basis van deze onderscheidsvormen.

De behandeling van beide ontwerpwetten wordt op 17 februari voortgezet. De verwachting is dat kamerbreed deze ontwerpwetten zullen worden aangenomen door het parlement.