De minister van Financiën en Planning, mevrouw Adelien Wijnerman, heeft een werkbezoek gebracht aan het Centraal Belastingkantoor (CBK) aan de Van Sommelsdijckstraat in Paramaribo en aan het Directoraat der Belastingen aan het Kerkplein.
Het CBK maakt deel uit van de Belastingdienst Suriname, die verantwoordelijk is voor de heffing en inning van belastingen zoals inkomstenbelasting en omzetbelasting (btw).
De opbrengsten hiervan zijn essentieel voor overheidsuitgaven op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en justitie.
Focus op hervorming en inkomsten
Tijdens het bezoek werd uitgebreid stilgestaan bij het hervormingstraject van de Belastingdienst en de belangrijke rol die de dienst speelt in het genereren van inkomsten voor de staat.
Wijnerman benadrukte dat belastingmiddelen de basis vormen voor voorzieningen die het welzijn van de samenleving versterken.
Tijdens haar toespraak benadrukte de minister dat er momenteel meerdere projecten lopen die specifiek gericht zijn op het versterken van de autoriteit van de Belastingdienst en het wegwerken van bestaande achterstanden.
Volgens haar moet er een duidelijke inhaalslag plaatsvinden om middelen die tot nu toe niet geïnd zijn, alsnog binnen te halen.
De minister legde uit dat de focus daarbij ligt op effectieve controle en een efficiënte inning van middelen, aangezien dit van cruciaal belang is voor de versterking van de financiële positie van de overheid.
“Het is onacceptabel dat er nog aanzienlijke bedragen openstaan, terwijl deze middelen noodzakelijk zijn om de lopende uitgaven en toekomstige investeringen te dekken,” stelde zij.
Daarnaast gaf zij aan dat de projecten die nu worden uitgevoerd niet alleen bedoeld zijn om de achterstanden weg te werken, maar ook om de Belastingdienst structureel te versterken.
Er wordt ingezet op het verbeteren van de interne organisatie, het professionaliseren van personeel en het moderniseren van processen en systemen.
Met deze aanpak wil de minister bereiken dat de Belastingdienst niet alleen beter in staat is om de huidige achterstanden in te lopen, maar ook in de toekomst adequaat kan blijven functioneren.
Dit moet leiden tot meer vertrouwen in de belastingheffing en een eerlijker bijdrage van alle belastingplichtigen aan de ontwikkeling van het land.