De recente zaak waarbij een man werd aangehouden na een dreigende situatie op het Rietbergplein, en de reactie van zijn dochter – “mijn vader had al langer hulp nodig” – raakt een pijnlijke realiteit.
Niet alleen voor één familie, maar voor een samenleving waarin geestelijke gezondheidszorg nog te vaak pas in beeld komt wanneer het al is geëscaleerd.
Een systeem dat reageert in plaats van voorkomt
Wat in deze situatie vooral opvalt, is niet alleen het incident zelf, maar het patroon erachter. Volgens de familie had de man al geruime tijd psychische hulp nodig, maar kon hij die niet tijdig krijgen. Dat wijst op een systeem dat eerder reactief dan preventief functioneert.
In veel gevallen wordt pas ingegrepen wanneer iemand een gevaar vormt voor zichzelf of anderen. Dan verschuift de verantwoordelijkheid van zorg naar veiligheid – van hulpverlening naar politieoptreden. Dat is niet alleen inefficiënt, maar ook mensonterend voor betrokkenen.
Toegang tot zorg: een structureel knelpunt
Instellingen zoals het Psychiatrisch Centrum Suriname spelen een cruciale rol, maar kampen al jaren met capaciteitsproblemen.
Wachttijden, beperkte opnameplekken en een tekort aan gespecialiseerde professionals zorgen ervoor dat mensen tussen wal en schip vallen.
Het gevolg is dat families vaak zelf de last dragen. Zij signaleren problemen, zoeken hulp en lopen vervolgens tegen muren aan. Wanneer de situatie uit de hand loopt, is de vraag niet óf het misgaat, maar wanneer.
Stigma en stilte verergeren de crisis
Naast structurele tekortkomingen speelt ook het maatschappelijke stigma rond mentale gezondheid een grote rol. Psychische problemen worden nog te vaak gezien als zwakte of als iets dat binnenskamers moet blijven. Dit leidt tot uitstel van hulp zoeken en vergroot de kans op escalatie.
De reactie van de dochter is in dat opzicht opmerkelijk en moedig. Door openlijk te spreken over de mentale toestand van haar vader, doorbreekt zij een stilte die in veel gezinnen nog steeds heerst.
De verkeerde prioriteiten?
De vraag die deze zaak oproept, is ongemakkelijk maar noodzakelijk: waar liggen onze prioriteiten als samenleving? Wanneer middelen voor geestelijke gezondheidszorg structureel tekortschieten, terwijl de gevolgen zichtbaar worden in politieoptreden, detentie en maatschappelijke onrust, dan klopt er iets fundamenteel niet.
Investeren in mentale zorg is geen luxe, maar een voorwaarde voor sociale stabiliteit. Elke gemiste interventie kan uiteindelijk leiden tot situaties die veel kostbaarder zijn – menselijk én financieel.
Van incident naar structurele verandering
Het gevaar van dit soort incidenten is dat ze snel weer verdwijnen uit het publieke debat. Een paar dagen verontwaardiging, gevolgd door stilte. Maar zonder structurele reflectie en beleid blijven deze situaties zich herhalen.
Wat nodig is, is een geïntegreerde aanpak: betere toegankelijkheid van zorg, vroegsignalering op wijkniveau, samenwerking tussen zorginstanties en justitie, en vooral een mentaliteitsverandering waarin psychische gezondheid net zo serieus wordt genomen als fysieke gezondheid.
Conclusie
De woorden van de dochter – “mijn vader had al langer hulp nodig” – zouden geen uitzondering mogen zijn, maar een wake-up call. Zolang mentale problemen pas aandacht krijgen wanneer ze escaleren, blijft de samenleving achter de feiten aanlopen.
De echte vraag is niet wat er misging in dit ene geval, maar hoeveel soortgelijke situaties nog onzichtbaar blijven. En hoeveel daarvan voorkomen hadden kunnen worden.
R. van Engelen
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








