De lange totale reistijd vormt voor veel Surinamers die in Nederland wonen de grootste drempel om vaker naar hun geboorteland af te reizen.
Dat blijkt uit een kleine rondgang van GFC Nieuws onder elf Surinamers die in Nederland wonen en regelmatig naar Suriname vliegen om familie en vrienden te bezoeken.
De groep bestond uit zes mannen en vijf vrouwen in de leeftijd van 36 tot 74 jaar.
Aan de deelnemers werd gevraagd waar zij zich tijdens hun reis het meest aan storen en wat volgens hen zou moeten veranderen om de reis aangenamer te maken.
Negen van de elf ondervraagden wezen zonder aarzelen op de totale duur van de reis als grootste nadeel.
Niet alleen de vlucht duurt lang
Volgens de respondenten begint de vermoeidheid al voordat het vliegtuig is opgestegen. Eerst moet vanuit huis naar Schiphol worden gereisd. Daarna volgt een vlucht van ruim negen uur.
Eenmaal aangekomen op de Johan Adolf Pengel International Airport in Zanderij moeten reizigers vaak nog geruime tijd wachten voordat zij de paspoortcontrole hebben doorlopen en hun bagage hebben ontvangen.
Vervolgens wacht, afhankelijk van de verkeersdrukte, nog een autorit van anderhalf tot bijna twee uur naar Paramaribo.
De ondervraagden geven aan dat deze opeenstapeling van reistijd ervoor zorgt dat een bezoek aan Suriname lichamelijk vermoeiend is, vooral voor ouderen en gezinnen met jonge kinderen.
Kortere reistijd zou meer bezoeken opleveren
Opvallend is dat negen respondenten aangeven vaker naar Suriname te zullen reizen als de totale reistijd aanzienlijk korter zou zijn. Volgens hen zou dat familiebezoek gemakkelijker en aantrekkelijker maken.
De twee overige deelnemers ervaren de lange reis minder als een probleem. Zij geven aan dat zij tijdens de vlucht gemakkelijk in slaap vallen en daardoor zowel in Suriname als na terugkeer in Nederland relatief uitgerust aankomen.
Voor hen weegt het vooruitzicht om familie te zien zwaarder dan de vele uren die de reis in beslag neemt.







