fbpx

Landelijk Woningbouw Programma Fase 1 moet woningnood duurzaam oplossen

GFC NIEUWSREDACTIE- Het Landelijk Woningbouw Programma Fase 1 2022-2025 moet de woningnood in Suriname duurzaam oplossen.

De algemene doelstellingen van het programma zijn een adequaat en betaalbaar huis en geschikte leefomgeving voor elk Surinaams gezin en ontwikkeling van de gemeenschap.

Zaterdag heeft regeringsleider Chandrikapersad Santokhi het projectbureau en werkgroep voor het landelijk programma geïnstalleerd op het Kabinet van de President.

Projectmanager Mark Rommy heeft in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname aangegeven dat gronden bouw-en woonrijp gemaakt zullen worden.

“De regering zal conform het Meerjaren Ontwikkelingsplan(MOP) 1000 woningen bouwen binnen twee jaar. Wij zullen ook de terreinen van mensen toegankelijk maken die een grondbeschikking hebben ontvangen”, aldus Rommy.

Hij merkt op dat ook de kredietfaciliteiten aangepakt zullen worden. Dit zodat elke burger in aanmerking kan komen voor een goedkope kredietfaciliteit. De regering Santokhi beoogt om iedere Surinamer een eerlijke kans te geven om zich te kunnen ontwikkelen.

BEKIJK OOK
Stichting Gebouwd Erfgoed: Dienstwoningen uitgegeven te Nieuw-Amsterdam hebben géén monumentale status

Een cluster van ministeries zal actief betrokken zijn om het programma succesvol te maken. Zo moet het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer terreinen identificeren en beschikbaar stellen voor het woningbouwprogramma. Het departement Openbare Werken zal belast zijn met het verstrekken van verkavelings-en bouwvergunningen.

De dienstverleners N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS) en N.V. Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) die ressorteren onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen zullen zorgdragen voor elektra-en watervoorziening.

Het ministerie van Sociale Zaken zal een cruciale rol vervullen door de registratie en prescreening te coördineren.

Er zijn nog een aantal departementen die belast zullen zijn met specifieke taken. Er zal ondersteuning nodig zijn van het parlement, het bedrijfsleven en de Surinaamse Bankiers Vereniging (SBV).