Het Internationaal Monetair Fonds heeft recent een rapport uitgebracht over de economische situatie van Suriname.
De Surinaamse autoriteiten hebben hierop gereageerd en leggen uit dat het land zich in een overgangsfase bevindt.
Na een periode van stabilisatie door het IMF-programma dat in maart 2025 eindigde, staat Suriname nu voor een nieuwe fase met verwachte offshore olieproductie en betere ontwikkelingsmogelijkheden.
Uitdagingen in 2025 door politieke overgang
De Surinaamse autoriteiten geven toe dat 2025 een moeilijk jaar was. Er was druk op de overheidsfinanciën, de wisselkoers en de inflatie. Burgers en bedrijven hebben dit gevoeld.
Toch moet dit volgens de autoriteiten in de juiste context worden gezien. Het jaar stond in het teken van een politieke overgang, sociale druk en grote financieringsbehoeften. Ondanks deze problemen heeft de regering ingezet op sociale stabiliteit en het voortzetten van hervormingen.
Het IMF erkent dat Suriname de afgelopen jaren echte vooruitgang heeft geboekt met het herstel van de economie. De recente tegenslagen betekenen niet dat deze vooruitgang verloren is gegaan, maar laten wel zien dat bijsturing nodig is.
Hervormingen met aandacht voor kwetsbare groepen
Het IMF vindt gezond en transparant beleid belangrijk. De Surinaamse autoriteiten zijn het hiermee eens en werken aan een eerlijker belastingsysteem, betere belastinginning en geleidelijke aanpassing van subsidies.
Maatregelen zoals het verminderen van elektriciteitssubsidies en het beheersen van loonkosten bij de overheid worden stap voor stap doorgevoerd.
Daarbij wordt rekening gehouden met kwetsbare groepen. Investeringen in onderwijs, zorg en vaardigheden blijven prioriteit omdat deze nodig zijn voor duurzame groei.
Op monetair gebied delen de autoriteiten de visie van het IMF dat prijsstabiliteit nodig is. De Centrale Bank werkt aan betere beheersing van de geldhoeveelheid en versterkt haar capaciteit.
Het IMF adviseert verder om de wisselkoers flexibel te houden. Het grote tekort op de lopende rekening komt vooral door investeringen in de toekomstige olieproductie.
Deze worden grotendeels betaald door buitenlandse investeerders, wat betekent dat de tekorten tijdelijk zijn.
Bron: gov.sr







